Praktijkvoorbeeld

Henk Kinds, MBO-intermediair van het eerste uur, inventariseerde goede praktijken onder zijn collega's. Deze verzameling bevat de bijdragen van tien ervaren intermediaire organisaties. Onderverdeeld in drie categorieen: projecten en programma's; instrumenten en methoden; MBO-actieve bedrijven.

Ray Anderson-lezing 2011

Helpdesk

Verslag van de dag

Op de Dag van de Duurzaamheid organiseerden InterfaceFLOR en MVO Nederland de eerste Ray Anderson-lezing ter nagedachtenis aan Ray Anderson, MVO-pionier van het eerste uur en oprichter van Interface. Geheel in lijn met de aanpak van Anderson stond de lezing in het teken van 'duurzaam pionierschap'. De opkomst was groot, zo'n 200 deelnemers lieten zich inspireren en de reacties waren positief. Alle reden voor een vervolg in 2012!

Introductie

Na een korte introductie door Willem Lageweg, directeur van MVO Nederland, en Ton van Keken, COO van Interface Europe, begon Jan Peter Balkenende met zijn visie op duurzaam pionierschap. Leen Zevenbergen benaderde het onderwerp vervolgens vanuit zijn praktijkervaringen. Daarna gingen de deelnemers uiteen in deelsessies om onder leiding van experts door te praten over de onderwerpen: 'transparantie & meetbaarheid van MVO-prestaties', 'draagvlakcreatie onder medewerkers' en 'circulaire economie in de praktijk'.

 

 

Lezing Jan Peter Balkenende

Voormalig minister-president Balkenende activeerde meteen de zaal door te vragen: "Wie is uw inspiratiebron?" Namen als Wijffels, Polman en Ghandi passeerden de revue. Balkenende zelf noemde Jelle Zijlstra, Martin Luther King en Herman Wijffels als inspiratiebronnen. Zijn tweede vraag: "Wat zijn sleutelwoorden voor pionieren?" Durf, verandering, gezonde recalcitrantie, doorzettingsvermogen, geïntegreerd denken en out-of-the-box denken, riep de zaal.  Met talloze voorbeelden uit zijn werkpraktijk illustreerde Balkenende het profiel van een duurzaam pionier. Hij belichtte de bekende karakteristieken als visie, lef en doorzettingsvermogen, maar benadrukte vooral de 'human touch', het vermogen om mensen mee te nemen in de duurzaamheidambitie. "Alleen technische innovatie is niet voldoende om die ambities te kunnen realiseren", aldus Balkenende. Ook noemde hij het vermogen om het ondenkbare te realiseren en het feit dat je geen uitvinder hoeft te zijn om pionier te kunnen zijn.

Vervolgens ging Balkenende in op de vraag hoe je innovatief pionierschap kunt stimuleren. Hij noemde als eerste de beleving van jonge mensen. "Zorg dat zij geïnspireerd raken, want zij vormen tenslotte de toekomst." Maar ook acht hij het van belang dat de organisatie in zijn geheel kiest voor MVO en dat de motivatie intrinsiek is. Andere stimulansen die hij noemde zijn: awards en best practices inzetten als beloning en transparant zijn. En last but not least, denk ook na over wat er gebeurt als de pionier wegvalt. De hele organisatie moet het gedachtegoed dragen. 

Het gemak en de passie waarmee Balkenende duurzame voorbeelden aanhaalde maakte indruk op de zaal. Een van de vragen uit de zaal was dan ook of hij zijn passie voor duurzaamheid politiek zou willen inzetten in de toekomst. Balkenende reageerde met een ferme 'nee' en vervolgde te zeggen dat er meer is dan politiek. En dat hij zijn kennis en ervaring natuurlijk wel graag deelt in publiek debat zoals op de dag van de duurzaamheid.

 

Lezing Leen Zevenbergen

Leen Zevenbergen is ondernemer in hart en nieren en oprichter van het beursgenoteerde bedrijf Qurius NV, een ICT-dienstverlener. Hij heeft inmiddels zo'n 20 bedrijven gehad. De eerste vraag die hij altijd stelt aan zijn mensen is: "Waarom ben je hier?" Volgens hem is het cruciaal dat mensen het naar hun zin hebben en weten waar ze het voor doen. De cijfers liegen er niet om: 70% van de werkende mens vraagt zich niet af of hij hier wil zijn (in dit bedrijf in deze wereld), 70% vindt haar werk niet leuk en 24% wordt er zelfs ziek van.

"En als we duurzaam willen worden, wat moeten we dan doen? Normaal", zegt Zevenbergen. Duurzaam pionierschap begint volgens hem bij leiders met een intrinsieke overtuiging, zoals Ray Anderson. "Mensen voelen of je de waarheid spreekt. Geef zelf het goede voorbeeld en denk na over hoe je het bedrijf leuk kunt maken. Draag dit uit naar de medewerkers en ga met hen in gesprek over hun wensen en ideeën. Zij moeten het uiteindelijk gaan doen." Zijn leidende motto daarbij is 'eerst doen, dan denken!' Werkgroepen inrichten en praten over wat duurzaamheid is, werkt volgens hem alleen maar vertragend. "Je moet aan de slag!" En het belangrijkste woord voor ondernemers is volgens Zevenbergen: doorzetten.

Een van de deelnemers stelde dat er toch meer komt kijken bij cultuurverandering dan mensen maar hun gang laten. Zevenbergen gaf daarop een aantal vuistregels prijs: kaders aangeven, medewerkers ruimte en vrijheid geven, incentives inbouwen met bijvoorbeeld een competitie en mensen benoemen op sleutelposities die snappen waar het om gaat. Daarmee kwam een einde aan zijn vurig betoog.

Deelsessie 1A - Transparantie & meetbaarheid van MVO-prestaties

Rob Wortelboer & Paul van de Loo (Ernst & Young)

Wortelboer en Van de Loo  startten de workshop met een vraag aan de deelnemers: "waar willen jullie het over hebben (binnen het thema transparantie en meetbaarheid)?" De deelnemers noemden steekwoorden als 'Groene mist', 'Labelling', 'Meetsysteem voor MKB', 'voor- en nadeel van certificering', 'Benchmarken' en 'de rol van de overheid'. Nadat Wortelboer en Van de Loo het Sustainable business model hadden toegelicht en Richard ter Steege (InterfaceFLOR) een aantal praktijkvoorbeelden gaf van 'Creating value', de eerste dimensie van duurzaamheid, barste een levendige discussie los.

Naar aanleiding van de EDP* (milieu productverklaring) - een document dat net als een voedingstabel de feiten van de milieu-impact weergeeft - kwamen de onderwerpen greenwashing en de nadelen van de veelheid aan groene labels ter sprake. De workshop was te kort om met een gezamenlijke verklaring naar buiten te kunnen komen, maar er leek een duidelijke consensus te bestaan: de groene labels zeggen te weinig over duurzaamheid, zijn niet vergelijkbaar en  zorgen bij de afnemers voor onduidelijkheid en verwarring. Het grote risico van deze diffusie is dan dat klanten op een gegeven moment volledig afhaken op het duurzaamheidthema.

Voor ondernemers bestaat het gevaar dat zij zich laten verleiden tot reageren op de 'meetpunten' van een label in plaats van op het duurzaamheidthema zelf. De verantwoordelijkheid voor duurzaamheid werd toch in de eerste plaats bij de ondernemingen gelegd. Wanneer ondernemingen beseffen en erkennen dat er in de toekomst alleen maar ruimte is voor werkelijk duurzame ondernemingen (in alle dimensies) zullen ze zelf de groene labels willen doorprikken en kiezen voor transparantie. En vooral een autonome ontwikkeling richting duurzaamheid.

 

 

Deelsessie 1B - Transparantie & meetbaarheid van MVO-prestaties

Geanne van Arkel & Roderick Conijn (InterfaceFLOR)

 

Van Arkel en Conijn vertellen hoe zij LCA's (Life Cycle Analysis) gebruiken als instrument om de milieu-impact van hun product te bepalen en in welke schakel van de keten het zwaartepunt ligt. InterfaceFLOR gebruikt deze informatie als aanjager voor innovatie en om haar klanten te informeren over de milieuprestaties van de producten. Voor vloertegels dragen de grondstoffen en met name de garens bij aan de milieu-impact. Voor InterfaceFLOR reden om stevig in te zetten op recycling van de garens.

Tijdens het interactieve deel komt naar boven dat de LCA opschalen van product- naar systeemniveau de volgende noodzakelijke stap is. Dat biedt volgens InterfaceFLOR nog veel meer potentie voor innovatie en het dwingt de gebruiker tot het kijken naar samenwerking met andere sectoren. InterfaceFLOR kan dit meteen illustreren met een voorbeeld. Bij gebrek aan retourkomende vloertegels, gebruikt InterfaceFLOR gerecycled garen uit visnetten.

Deelsessie 2A - Draagvlak creëren onder medewerkers

Jeroen Verkuyl  (Qurius NV) & Lars Moratis (MVO Nederland)

Verkuyl start de workshop door toe te lichten hoe Qurius aan de slag is gegaan met de ambitieuze doelstelling die Leen Zevenbergen voor het bedrijf heeft geformuleerd: Qurius moet in 2014 100% duurzaam zijn.

De vraag wordt gesteld of Qurius haar doelstelling gaat halen. Verkuyl licht toe welke stappen het bedrijf heeft gezet om haar duurzaamheiddoelstelling in de praktijk vorm te geven. Ze hebben eerst gekeken naar de MVO richtlijn ISO 26000 en bepaald waar zij mee wilde beginnen. Er werden 22 projecten gedefinieerd en met behulp van twee criteria (1: welke projecten kunnen medewerkers zelf oppakken; 2: welke projecten leveren geld op.) teruggebracht tot 10 projecten waarmee ze zijn gestart. Dit zijn:

  1. De CO2-footprint berekenen en een CO2-reductieplan om in 2014 als bedrijf C02-neutraal te kunnen zijn;
  2. Invoeren van Het Nieuwe Werken met als doel minder reiskilometers te maken en meer talent binnen te houden en te halen;
  3. Aanpassen interne ICT systemen (om efficiency te verhogen en milieubelasting te verlagen);
  4. Terugdringen van mobiliteit (50% van CO2-footprint is afkomstig van mobiliteit);
  5. Ontwikkelen van duurzame marktproposities (het ontwikkelen van duurzame IT producten en diensten);
  6. Gesprekken voeren met klanten over het verduurzamen van dienstverlening en producten;
  7. Gesprekken voeren met toeleveranciers over verduurzamen van ketensamenwerking en co-creatie van duurzame marktproposities;
  8. Duurzaam HR beleid: toename van diversiteit voor behoud en verdere ontwikkeling van talent en kwalitatieve dienstverlening & aanpassen van het beloningsysteem met beloning van MVO-resultaten;
  9. Maatschappelijk Betrokken Ondernemen (ICT kennis delen op vrijwillige basis);
  10. Transparant rapporteren over MVO, zowel intern als extern.

Verkuyl heeft alle projecten toegelicht en gaf aan dat het een proces is van vallen en opstaan. Door aan de slag te gaan heeft Qurius zelf ook geleerd wat werkt en hoe zij draagvlak kunnen creëren. Hij vat zijn tips als volgt samen:

  1. Filosofie van duurzaamheid is vaak te complex om uit te leggen. Houdt het simpel;
  2. Scepticisme is niet erg. 25% is gebruikelijk. Laat je daar niet door weerhouden;
  3. Zoek de 'gekken' die aan de slag willen en betrek ze bij het proces;
  4. De rol van de baas is erg belangrijk. Goed voorbeeld doet volgen;
  5. Blijf de goede voorbeelden herhalen;
  6. Gebruik harde cijfers over de voordelen van MVO voor profit, people en planet;
  7. Werving van nieuwe medewerkers op basis van MVO;
  8. Zoek de pijngrens. Daar ontstaat de ruimte voor verandering;
  9. Bespreek en betrek je leveranciers.

Tijdens de discussie werd nader ingegaan op het proces en werden tips en trucs uitgewisseld hoe Qurius verder aan de slag kan gaan met haar ambitieuze doelstelling.

 

 

Deelsessie 2B - Draagvlak creëren onder medewerkers

Charlotte Extercatte (Ambassador) & Matthijs Boon (MVO Nederland)

Extercatte heeft 3 jaar bij InterfaceFLOR gewerkt en het ambassadorsprogramma opgezet. In deze workshop neemt ze de aanwezigen mee op reis.

Van de deelnemers komt ongeveer een derde uit het bedrijfsleven, is een derde adviseur en het overige derde deel van non-profit organisaties. De grote meerderheid vindt MVO-minded personeel belangrijker dan een MVO verslag en tweederde vindt dat bedrijven hun medewerkers beter kunnen betrekken bij het MVO beleid.

Extercatte neemt de deelnemers mee op reis aan de hand van een aantal punten:

  • Hoe ziet uw organisatie eruit over 10-20 jaar? Dit helpt om medewerkers op de lange termijn te laten denken. Het hoeft niet perse om MVO beleid te gaan, maar wel om de toekomst van het bedrijf. Uiteindelijk komt duurzaamheid daar automatisch naar voren.
  • Hoe neem ik mensen mee? Ray Anderson werkte met 7 fronten, de 6e daarvan is 'Commitment'. Creëer betrokkenheid van de medewerkers. Circa 20% van de medewerkers staat open voor de boodschap van duurzaamheid. Als je deze weet mee te krijgen, kun je daarna je cirkel van committent uitbreiden naar leveranciers en klanten.
  • Wie zijn de ambassadeurs? De mensen met het hart op de plek die op dat moment goed is voor de organisatie. InterfaceFLOR creëerde 90 ambassadeurs onder 900 medewerkers. Deze mensen willen zelf aan de slag met duurzaamheidonderwerpen. Door deze bottom-up methode wordt duurzaamheid snel verspreid in de organisatie. Daarnaast zijn er ook duurzaamheidaspecten meegenomen in de functie omschrijvingen, maar die stonden los van het ambassadeursproject.
  • Training: Iedereen in de organisatie doorloopt een training niveau 1, een basistraining van ca 2-3 uur met eigen afdeling. Feitenkennis: circa 50% van de mensen doorloopt training niveau 2. Circa 1 dag met eigen functiegebied. Ca 100 mensen volgen een 2 daagse training. Dit zijn de ambassadeurs en het topmanagement. Niet alleen leren de deelnemers over dilemma's, maar ook een mening te vormen en deze te verdedigen. Deze groep ontvangt een certificaat.
  • Onderhoud: de ambassadeurs geven aan duurzaamheid te integreren in hun dagelijkse werkzaamheden en onderhouden hun ambassadeurschap met twee keer per jaar een bijeenkomst.
  • Leiderschap. We zien een mooi filmpje over leiderschap. Guts zijn belangrijk maar essentieel is de tweede volger. Een leider is geen leider zonder volgers. Het ego is ondergeschikt aan de beweging. Je moet een groep bij elkaar krijgen, momentum creëren, een tipping point.

Deelsessie 3 - Bedrijfsbezoek InterfaceFLOR: Circulaire economie in praktijk, van oud naar nieuw tapijt

Jantine Kraai & Rob Heeres (InterfaceFLOR)

De InterfaceFLOR gaf een rondleiding door haar bedrijf om te laten zien hoe zij tapijttegels produceert en op welke manier de onderneming toewerkt naar realisatie van haar ambitie om in 2020 een volledig duurzaam bedrijf te zijn en zelfs nu al een herstellende bijdrage te leveren.

In de productielocatie in Scherpenzeel wordt de tapijttegel van kop tot staart gemaakt, dus van grondstof tot distributieproces. Tijdens de rondleiding werden een aantal onderdelen uit het productieproces uitgelicht door Jantine Kraai en Rob Heeres - European Manufacturing Director - van InterfaceFLOR.

Het eerste onderdeel betrof een bezoek aan de tuftafdeling (tuften betekent het aanbrengen van garen op het gronddoek). Een tuftmachine bestaat uit honderden klossen waarvan draden door buisjes naar de voorkant van de machine worden geleid om vervolgens met naaldjes in het gronddoek te worden gedrukt. Tegenwoordig wordt meer en meer gerecycled garen gebruikt, en sinds kort  is er Biosfera I op de markt een product met 100% gerecycled garen. De ultieme stap op het gebied van 'closing the loop', aangezien levenscyclusanalyses hebben aangetoond dat garens ten opzichte van de rug van het tapijt de meeste milieu-impact hebben.

Vervolgens werd het backingproces (het maken van de rug) getoond. Ook hier worden verschillende praktijkvoorbeelden getoond van hoe meer en meer wordt overgestapt op een gerecyclede backing compound en hoe snij afval in de afgelopen jaren tot 80% is gereduceerd. De zeer efficiënte, afvalbesparende en state-of-the-art ultrasoon snijmachine snijdt de kamerbrede rollen tapijt in tegels van 50x50cm. Nadat de tegels volautomatisch worden gekeerd, gestapeld en in dozen worden ingepakt wordt het volledig automatisch op pallets gezet en worden de pallets overgebracht naar het gerobotiseerde magazijn voor gereed product.

Het laatste onderdeel van de rondleiding betrof een bezoek aan de grondstofherwinning- of recyclinginstallatie ReEntry 2.0. Deze installatie kan de tapijttegel weer in haar oude componenten terugbrengen. De garens worden dus gesepareerd van het backingmateriaal. Het garen wordt teruggestuurd naar de garenleverancier om nieuw garen van te kunnen maken, en het backingmateriaal wordt verpulverd en op de locatie weer volledig hergebruikt om nieuw backing materiaal van te maken. Een zeer innovatief uitgedacht proces uitgedacht door de engineers van InterfaceFLOR en in nauwe samenwerking met een machinefabrikant gerealiseerde installatie.

Klanten worden door verschillende leasing- en terugname concepten gestimuleerd om oud tapijt weer aan InterfaceFLOR te retourneren zodat alle componenten opnieuw kunnen worden gebruikt en hier dus weer nieuwe tapijttegels van gemaakt kunnen worden. Een mooi voorbeeld van de circulaire economie. De reacties naar aanleiding van de rondleiding waren zeer positief en velen waren verbaasd te zien dat er zoveel komt kijken bij de productie van tegeltapijt.

Laatst bijgewerkt: 
22-09-2015 16:50