Dossier

FresQ – Circulair produceren

“De vraag of circulair produceren een rol gaat spelen in de toekomst hoeft niet meer beantwoord te worden. Het gebeurt al.” Jacco Vooijs is manager External Affairs bij telercoöperatie FresQ. Samen met andere partijen ontwikkelt FresQ premium tomatensap, golfkarton en papier van restafval.

De waarde van reststromen

Het Kenniscentrum Plantenstoffen onderzoekt voor FresQ welke waarde hun reststromen hebben en hoe deze zo hoogwaardig mogelijk kunnen worden gebruikt. Zij leggen ook verbinding met andere marktpartijen, die de stoffen kunnen gebruiken voor verpakkingen, cosmetica en andere toepassingen. Vooijs: “Het mooie is dat de kennis beschikbaar is voor alle betrokkenen. Het wiel hoeft dus niet telkens opnieuw te worden uitgevonden.”

Samenwerking

Samenwerking is onontbeerlijk volgens Vooijs. Dat blijkt ook uit de 3 pilots waar hij momenteel aan werkt:

  • Premium tomatensap

“Samen met zowel horizontale als verticale ketenpartners kijken we of we premium tomatensap kunnen maken van de ‘klasse III-tomaten’ die we niet verkopen. Het levert lekkerder sap op dan het sap dat nu op de markt is.”

  • Golfkarton

“Wij leveren de stengels, KappaSmurfit produceert het karton en The Greenery neemt het karton af als klant met als idee er in de toekomst tomaten in te verpakken.”

  • Papier

“Samen met de WUR en andere telers - The Greenery en veiling Zon - ontwikkelen we papier van tomatenblad.”

Biobased park

De logistiek is een grote uitdaging zegt Vooijs. “Bio-afval kan snel gaan rotten, dus lange afstanden moeten we vermijden. Dat scheelt ook transportkosten en uitstoot.”

Het Biobased park Westland biedt een oplossing voor deze problemen. De gemeente Westland, Productschap Tuinbouw, LTO Westland en een aantal private partijen waaronder FresQ, streven ernaar een park te realiseren waar de kringloop gesloten wordt. Bedrijven zitten er fysiek dicht bij elkaar en verwerken groenafval tot nieuwe producten. “Denk aan groentesappen, vezels en zelfs cosmetica en medicijnen. De restpulp wordt vergist of tot compost verwerkt. Op het schone biogas kunnen bijvoorbeeld stadsbussen rijden. Warmte kan worden geleverd aan bedrijven en huishoudens. En CO2 kan worden teruggeleid naar de kassen, waar de planten het opnemen.”

Verdienmodel

“Een goed verdienmodel is een belangrijke voorwaarde voor het slagen van circulaire modellen. De vraag is hoe maken we het zakelijk interessant voor alle partijen om mee te doen? Het is al mooi als blijkt dat je niet meer hoeft te betalen voor het afvoeren van resten. Nog mooier is het als de telers kunnen gaan verdienen aan hun restproducten. Het zou wel zo eerlijk zijn.

Er vindt langzaam een mentaliteitsverandering plaats. We zijn nu met z’n allen nog erg kostprijs-georiënteerd, maar steeds meer ondernemers stappen af van standaard bedrijfsmodellen. Ik heb het idee dat steeds meer partijen ervan overtuigd zijn dat dit de toekomst is.”

Lees meer over de circulaire economie

Of wilt u meer weten over MVO in de landbouw?

FresQ is partner van MVO Nederland

Kokos, tomaten & hondenbrokken

“Dit is kokos uit Sri Lanka. Kan je er wat mee?” Met die opmerking begon 25 jaar geleden het avontuur van Fer Weerheijm dat hem via Sri Lanka en India naar Ivoorkust bracht. Daar stortte hij zich op de productie van kokossubstraat – natuurlijk substraat voor plantenteelt. Inmiddels staat hij op het punt om over te stappen op de productie van groenten voor de locale markt. Als de financiering rond is, staat er straks een tomatenkwekerij in Bouake, de tweede grote stad in Ivoorkust. 

“Een bekende van me produceerde kokosvezels voor deurmatten. Door een vergissing was tien ton kokosvezel op een verkeerde lengte afgesneden. Waardeloos voor deurmatten. Ik was benieuwd wat je daar mee kon, dus heb ik een container naar Nederland laten verschepen. Na wat rommelen en experimenteren kwam ik erachter dat kokosvezels uitstekend werken als ondergrond voor planten om op te groeien. Door het te mengen met bijvoorbeeld turf ontstaat een prima substraat.”

“Kokos werd steeds belangrijker in de professionele tuinbouw, van Nederland tot Korea tot Mexico. Het wordt gebruik in zakken tuinaarde maar ook voor de teelt van groente en fruit. Toen we begonnen met dit nieuwe product lag het kokosgruis op Sri Lanka bergenhoog. De koeien liepen eroverheen. Nu zijn die bergen weg en is er een constante toevoer van kokosvezels voor onze productie.”

“Ik kwam erachter dat kokosvezels uitstekend werken als ondergrond voor planten om op te groeien.”

Van Sri Lanka naar West Afrika

 “Ook in west Afrika is veel kokos beschikbaar. Dat leek me een interessante nieuwe bron om aan te boren, dus ben ik die kant op gegaan om de mogelijkheden te onderzoeken. Maar Afrika bleek niet hetzelfde als Sri Lanka. Wel veel kokos, maar veel te vochtig om de schillen te drogen. Ik laat me niet zo makkelijk tegenhouden dus ben ik met een achterbak vol kokosschillen naar Duitsland gereden op zoek naar een geschikte machine om er toch mee te kunnen werken. En dat is gelukt! We hebben in Ivoorkust een partner gevonden met wie we een lokale productieplaats hebben opgezet. Nu zijn wij de enige die op deze manier de vezels produceren.”

Wonen en zakendoen in Ivoorkust

Ondertussen woont Fer al twee jaar gedeeltelijk in Nederland en gedeeltelijk in Ivoorkust waar hij onlangs trouwde met zijn Ivoriaanse vrouw. Naast zijn werk voor Dutch Plantin importeert hij sinds twee jaar hondenvoer uit Nederland, voor de lokale markt. Nu heeft hij met zijn vrouw een groothandel en 2 winkels in Abidjan.

“In Afrika werken en wonen is prima te doen, al is het niet voor iedereen weggelegd. Je moet hier wat vaker over je schouders kijken en accepteren dat mensen je op een goed moment proberen te belazeren. Dat geldt zowel voor je werknemers als voor de mensen die voor de overheid werken. “Je hebt in Afrika een hele grote familiedie graag van jouw successen mee geniet”

“Je moet hier wat vaker over je schouders kijken en accepteren dat mensen je op een goed moment proberen te belazeren.”

“Je moet met lokale partners werken om hier mee om te kunnen gaan. De zakencultuur is gewoon zo anders dan in Nederland! Verder kan je veel in Ivoorkust sneller regelen dan in Nederland, als je maar de goede contacten hebt. Zonder contacten heb je niets en bén je niets.”

Tomaten

In de lokale supermarkt deed hij een opvallende ontdekking die hem op het idee bracht voor zijn nieuwe avontuur. “Twaalf dollar voor een kilo niet al te beste tomaten? Dat is in Nederland al heel veel geld. Laat staan in Abidjan. De tomaten moeten voor het grootste deel worden ingevlogen uit Marokko en Libanon omdat er lokaal veel te weinig wordt geproduceerd. Dat geldt voor heel west Afrika. Met een locale compagnon zijn we gaan rekenen en hebben we een serieus business plan gemaakt. We hebben uitgerekend dat we voor een aanzienlijk lagere prijs veel betere producten kunnen produceren. Zelfs als ik een hele veilige schatting maak voor de prijs en de oogstopbrengst kunnen we de in twee jaar op het break-even punt zitten.”

“Twaalf dollar voor een kilo niet al te beste tomaten?”

“Wat er lokaal wordt geproduceerd is van slechte kwaliteit en de kennis van teelttechnieken is laag. Als een plant met tomaten te zwaar wordt, valt die om en rotten de tomaten hier gewoon weg. Met mijn kennis van grondsoorten en kunstmest – waar ik ook anderen advies over geef -  en wat kennis van de teelt van tomaten, zijn we aan de slag gegaan. De resultaten waren niet slecht maar het moest beter. We zijn op zoek gegaan naar een plek waar het klimaat beter was; waar de temperatuurverschillen tussen dag en nacht groot genoeg waren. Daar houden tomaten van.”

Grensverleggers  - tomaten

Oud rebellen bolwerk

“In het binnenland bleken de condities zeer geschikt te zijn. En sinds de aanleg van een nieuwe snelweg is het goed te doen om vanuit het binnenland in Abidjan te komen om daar tomaten te leveren. Het plan is nu om in Bouaké (de tweede grote stad in Ivoorkust) een duurzame tomatenkwekerij neer te zetten waarmee kan worden voorzien in een grote lokale vraag en we kunnen bijdragen aan werkgelegenheid.

Bouake is het oude bolwerk van de rebellen die tijdens de burgeroorlog actief waren. Sinds 3 jaar zijn zij er niet meer en is de stad bezig met een wederopbouw. Nu de rust is wedergekeerd, is de sfeer is er veel beter dan in de hoofdstad. Als ondernemer krijg je de ruimte om te werken omdat er veel behoefte is aan economische impuls. Langzaam komt de tuinbouw rondom Bouake van de grond en ik geloof dat daar heel veel potentie in zit.” 

Kansen voor kwekers

“Het gebied om Bouaké is al bekend om tuinbouw maar het is allemaal op zeer kleine schaal en niet toereikend om aan de vraag te voldoen. Wij hopen met dit project ook een voorbeeld te kunnen zijn voor de plaatselijke kwekers om met een goed systeem een goede productie te halen zodat er meer werkgelegenheid komt en uiteindelijk meer welvaart.”

“Voor Nederlandse kwekers is het heel interessant om in dit soort gebieden aan de slag te gaan. Als je avontuurlijk bent, liggen hier veel kansen om te groeien. Terwijl in Nederland op alle fronten de grens is bereikt. Momenteel ben ik in Nederland om te zoeken naar investeerders die dat avontuur met mij willen aangaan.”

Laatse tips

“Geef een stuk van jezelf, leer mensen snel in te schatten en leer omgaan met de nodige teleurstelling”

Dit interview verscheen eerder op Grensverleggers.nl 

WC-blok als goudmijn

Aart van den Beukel, eerder eigenaar van koffie & bagel barretjes in Amsterdam, levert publieke toiletten aan de sloppenwijken van Accra, Ghana. Van het menselijk afval uit de toiletten wordt compost en biogas gemaakt met een biogascentrale. “Met het biogas leveren we vanaf volgend jaar stroom aan de locale energiemaatschappij. Daarmee is het businessmodel rond.” 

“Geld verdienen aan publieke toiletten in sloppenwijken is niks nieuws. Vaak zijn de bestaande toiletblokken eigendom van gemeenten en soms van ondernemers. Mensen betalen 10 cent per keer aan de toiletjuf. Daarvoor krijgen ze 4 velletjes wc-papier en mogen ze gebruik maken van een rijtje smerige wc’s, uitlopend op een open riool.”

School wc Accra Grensverleggers

“De toiletblokken worden slecht onderhouden en niet (goed) schoongemaakt. Toch maakt 70% van de bewoners in de sloppenwijken van Accra er gebruik van. Ze hebben geen eigen wc en wonen zo dicht op elkaar – zo’n 240.000 duizend mensen op 4 km2 – dat er weinig alternatieven zijn. Dat veroorzaakt natuurlijk allerlei ziektes. Kinderen zijn continu aan de diarree.”

“NGO’s hebben eerder nieuwe toiletblokken neergezet, maar dat gaat vaak mis vanaf het moment dat ze worden overgedragen aan gemeenten of lokale franchisenemers. Die investeren het geld liever in andere zaken dan onderhoud.”

“Wij willen schone toiletten aanbieden tegen concurrerende tarieven, met een goede businesscase. Het moet kunnen draaien zonder de grillen van subsidies en politiek. Met biogascentrales verwerken we het menselijk afval tot stroom die wordt verkocht aan het grootste energiebedrijf van Ghana, ‘Electricity Company of Ghana’. De compost wordt geleverd aan lokale landbouw. Als die inkomstenbron aan de achterkant goed werkt, kunnen we aan de voorkant kwaliteit blijven leveren.”

“Voordat ik hieraan begon was ik nog nooit in Afrika geweest. Nu kom ik 6 tot 7 keer per jaar in Accra. De sloppenwijken lijken veel op elkaar, ook de wijze waarop ze bestuurd worden. Vaak heeft een sloppenwijk een eigen burgemeester en wijkpolitiek. En mensen zijn er heel inventief; als er ergens iets wordt bedacht, is het in sloppenwijken. Overal wordt geld aan verdiend.”

Grensverleggers

Toiletblok Safisana

“Je krijgt er veel te maken met corruptie, ook machtscorruptie. Als buitenstaander zijn zaken lastig te regelen en het is moeilijk een gevoel te krijgen bij wat echt is. Zelfs documenten waar je met veel moeite handtekeningen op hebt gekregen, kunnen niet rechtsgeldig zijn. Het heeft ons twee jaar gekost, voordat we een stuk grond hadden. En soms krijgen we een wijkbestuurder op bezoek die zegt: ‘ik krijg nog geld van jullie’. Wij betalen niks wat lijkt op corruptie, daar moet je aan vasthouden. Dat is ook één van de redenen waarom ons bedrijf in Ghana bestaat uit lokale mensen.”

“Met de juiste samenwerkingspartners en medewerkers communiceert het wel heel prettig. Anders dan in Aziatische landen, kan ik in Ghana makkelijk ‘levelen’ met de mensen. We hebben dezelfde soort humor en kunnen makkelijk grappen maken. Dat helpt natuurlijk in je werk. Mensen zijn ook toegankelijk; je hebt zo een afspraak. Die wordt dan wel weer net zo makkelijk afgezegd of onderbroken.”

Compost productie

Compost productie

“Elke dag ben ik één of twee uur aan het bellen of skypen met Ghana. En als ik er een week zit worden er beslissingen gemaakt. Daar is het hele programma dan op gericht; we gaan heel efficiënt te werk. Wat roet in het eten kan gooien is het verkeer. Overal zijn opstoppingen. Ook op de route van de haven naar de stad. Ik begrijp daar niks van; goede infrastructuur lijkt me een voorwaarde voor economische groei.”

“Op het moment hebben we drie publieke toiletblokken staan met in totaal 35 wc’s. En er wordt een grootschalige verwerkingsinstallatie gebouwd die in 2015 operationeel is. Vanaf dan verwerken we per dag zo’n 25.000 kg afval tot organische mest en stroom. Daar kunnen dan zo’n 75.000 mensen in de wijk gebruik van maken. Dat zijn behoorlijk wat lichtpuntjes.”

Lees hier meer over Safisana.

Dit interview verscheen eerder op Grensverleggers.

Een SRV-wagen in Kenia

Sanne Hodzelmans is een ‘internetboer’ in Kenia. Ze begon met een steenfabriek en heeft nu een flink stuk grond waar ze groente en fruit verbouwt, een eigen ‘mestfabriek’, een school voor het trainen van medewerkers, een SRV-wagen waar ze de dorpen mee langsrijdt en plannen voor de productie van grafkisten gemaakt van bananenbladeren. Oja, en een eigen tankstation zou ook handig zijn. Hoe ze dat allemaal doet? “Als ik een idee heb, ga ik googlen.”

“Met een achtergrond in bedrijfskunde en ICT wist ik helemaal niks van landbouw. Ik had in Nederland al wat ideeën voor een biologisch melkveebedrijf, maar dat bleek moeilijk realiseerbaar. Tijdens een vakantie in  Kenia dacht ik: ‘hier kan het wel!’. En als je dan begint aan het ene bedrijf, loop je tegen dingen aan die vragen om een nieuw bedrijf.”

Tijdens een vakantie in  Kenia dacht ik: ‘hier kan het wel!’

Steenfabriek
“Met het eerste bedrijf, de steenfabriek, wilde ik een alternatief bieden voor koraalsteen dat in Kenia wordt gebruikt voor de bouw. Toen de activiteiten door politieke onrust even stil lagen, heb ik een stuk grond gekocht, om in ieder geval mijn medewerkers te kunnen voorzien van werk en voedsel. Inmiddels heb ik 60 hectare en 150 vaste medewerkers.”

Worm
“We verbouwen lokale groente en fruit, zoals kales (een soort boerenkool), chili en bananen, maar ook ‘westerse producten’ zoals aubergines en spinazie. Dat was nieuw in dit gebied. Mensen verbouwen allemaal dezelfde soorten gewassen, wat zorgt voor monoculturen. En dat is een gevaar. Dan krijg je op een gegeven moment een worm of ander beest dat je hele oogst verpest. Ik laat de boeren zien welke groenten ze nog meer kunnen verbouwen.”

Een banaan is een banaan
“Toen ik begon, dacht ik: ‘een banaan is een banaan’. Maar je hebt heel veel soorten bananen. Ik ben weer gaan googlen, heb allerlei mensen gesproken en heb de beste soorten uitgekozen voor dit gebied; handbananen, bakbananen en bananen voor sappen. Tussen de bananenbomen laten we andere gewassen groeien, zoals maïs, aubergine en watermeloenen. Als je dat slim doet heb je twee extra oogsten per jaar; extra inkomsten dus. Het was een experiment, nu is het een voorbeeldproject voor boeren in de omgeving.”

Doodskisten
“Van de bananenbladeren kan je van alles maken. Ik wil onderzoeken of we er doodskisten van kunnen vlechten. Dat bespaart bomen en geld (dat ook besteed kan worden aan scholing). Doodskisten zijn hier een grote kostenpost. Ze kosten zo’n 190 euro, waar iedereen binnen een familie aan bij moet dragen. En met die grote families gaat er regelmatig iemand dood. Het eerste exemplaar wil ik gratis aanbieden aan een van mijn medewerkers. Met zo’n 1.000 mensen per begrafenis zal de marketing misschien vanzelf gaan.”

SRV-wagen
“En dan de verkoopkanalen: de producten worden hier verkocht op een grote markt, waar de boeren en mensen uit dorpen naar toe komen, lopend of met de motor. Ik dacht: ‘dat kan efficiënter’. We hebben onze Jeep volgeladen met groente en fruit en zijn de dorpen langsgereden. Alles was binnen no-time uitverkocht en mensen vroegen om extra producten als waspoeder, kookolie, lollies, zout, maandverband en luiers. Er komen nu motoren met een frame, waar we de producten netjes aan op kunnen hangen.”

“Ik speel ook met het idee om iets te doen met online bestellingen. Iedereen heeft hier een mobiele telefoon, dus we zouden groentepakketten op bestelling kunnen afleveren. Doe ik toch nog iets met mijn ICT-achtergrond. Ook help ik een fabriek voor (biologische) fruitpuree met de verkoopkanalen naar de westerse markt (biologische bananen en mango concentraat).”

“Genoeg ideeën. Ik krijg er enorm veel energie van om Nederlandse kennis verbinden met de daadkracht in Kenia. Er zijn genoeg kansen. En alles is op te zoeken via internet; het fantastisch wat je daar kunt vinden aan informatie en contacten.”

Dit interview verscheen eerder op grensverleggers.nl

BiJo – Kas zonder gaskraan

De kas van familie Jonker van het biologische tuinbouwbedrijf BiJo wordt verwarmd en gekoeld zonder te stoken. Dankzij warmte- en koudeopslag in de grond kunnen de tuinders op deze milieuvriendelijke manier produceren. Arno Jonker: “milieuvriendelijk begint bij ons met biologisch, maar we wilden ook verder kijken.”

Gaskraan dicht

De biologische tuinbouw verbruikt meer gas dan gangbare bedrijven. Dat betekent niet alleen hoge stookkosten, maar ook een hoge CO2 uitstoot. Arno, Aad (vader) en Elma (zus) Jonker wilden na de stap naar biologisch telen, zonder chemische middelen en kunstmeststoffen, dit probleem aanpakken. De kas van BiJo is niet de eerste gesloten kas, maar wel één van de eerste kassen waarvoor helemaal geen gas meer nodig is. In plaats daarvan wordt er gebruik gemaakt van zogeheten aquifers, waterhoudende grondlagen die zowel warmte als kou kunnen opslaan. “In de zomer slaan we de warmte op voor de winter, in de winter slaan we kou op voor de zomer.
Bij warmte kunnen we dus kou oogsten, bij koud weer kunnen we warmte oogsten”, legt Jonker uit.

Eén kas voor alle kassen

De gesloten kas is 2,8 hectare groot en kan alle eigen kassen, een kleine tien hectare, van BiJo voorzien van warmte. Het kost ongeveer een jaar om de ondergrondse bronnen te vullen met kou en warmte. In het begin is daarom bijgestookt met een ketel die op bio-olie werkt. Jonker: “verder is die ketel nu alleen nog voor calamiteiten. Wij proberen deze zo min mogelijk te gebruiken. Het systeem werkt goed en nemen met de gesloten kas onze maatschappelijke verantwoordelijkheid.”

Weten welke kansen het reduceren van uw CO2 uitstoot u biedt? Michel Schuurman vertelt alles over dit onderwerp op donderdag 16 oktober tijdens het webinar klimaatverandering als kans. Daarnaast kunt u in de Expeditie Duurzame Inzetbaarheid op dinsdag 25 november ontdekken waar de kansen liggen van duurzame inzetbaarheid voor uw bedrijf.

Nature’s Pride - duurzaam beleid en gebouw

“Eigenlijk steunt het duurzaamheidsbeleid van Nature’s Pride op vier pilaren”, vertelt Regina Pasmans, CSR manager bij Nature’s Pride. Het bedrijf uit Maasdijk dat ruim driehonderd soorten exotische groenten en fruit zoals mango’s en avocado’s importeert, is dagelijks bezig met MVO. “Eerlijke handel, het ondersteunen van lokale gemeenschappen, de impact op het milieu verminderen en goede arbeidsomstandigheden”.

Duurzaam ketenbeheer

Een sterke relatie met de telers is voor Nature’s Pride belangrijk. Sinds enkele jaren laat het bedrijf een onafhankelijke sociale en milieu controle uitvoeren door het Institute for Marketecology (IMO) onder het Fair for Life en For Life programma. Dit zijn criteria op het vlak van arbeidsrecht, veiligheid & hygiëne, MVO en milieu.

Pasmans: “Iedere leverancier moet niet alleen aan de criteria voldoen, maar ook jaarlijks continu verbeteren. Voorbeelden van verbeterpunten zijn een tijdregistratiesysteem voor medewerkers en programma’s voor het recyclen van plastic.” Het is een management tool die de positieve resultaten, maar ook de verbeterpunten belicht op sociaal en milieu vlak. Daarnaast realiseert Nature’s Pride sociale projecten in de gemeenschappen van hun telers, bijvoorbeeld in de Dominicaanse Republiek.

Sanitaire voorzieningen

Pasmans: “Onze partner DOT Fruits is begonnen aan het derde project in de Dominicaanse Republiek. Niet alle werknemers hebben thuis sanitaire voorzieningen, deze worden nu gebouwd. In het gebouwtje komt een douche, wastafel en toilet.” Dit soort sociale projecten voor lokale werknemers worden gefinancierd door de Fair Trade premie op de verkoop van Fair for Life mango’s. Deze premie wordt door de consument betaald (circa 0.01 euro per mango) en door Nature’s Pride bij elkaar gespaard zodat de teler in lokale sociale projecten kan investeren.

Nature’s Pride investeert ook in het opzetten van kinderdagverblijven en ondersteunt basisscholen met milieuonderwijs in Ica, Peru waar veel van de heerlijke groene asperges vandaan komen. Extra materialen zoals badjes, wiegen en het aanleggen en inrichten van een speeltuin worden gedoneerd door Nature’s Pride Foundation.

Groen pand

Niet alleen het beleid en de toeleveringsketen, maar ook het gebouw van Nature’s Pride is duurzaam. In december 2013 is het Maasdijkse bedrijf naar dit pand verhuisd. “Het is één van de meest duurzame panden in z’n soort in Europa”, vertelt Pasmans trots. “We gebruiken restwarmte om het kantoor mee te verwarmen, vangen regenwater op om de toiletten mee door te spoelen en hebben een groen dak dat onder andere fungeert als vlindertuin. Ons uiteindelijk streven is een energieneutraal pand en bedrijf!”

Nature's Pride is partner van MVO Nederland.

Een flat vol sla

De Amerikaan David Proenza zag een groot probleem met de traditionele landbouw en vond een oplossing: verticale landbouw. "Dit wordt echt de toekomst."

Meer mensen, meer steden, minder landbouwgrond, slechtere bodem, waterschaarste, klimaatverandering, gebruik van chemicaliën: het wordt steeds lastiger om gezond voedsel voor iedereen te produceren. Gelukkig zijn er pioniers die werken aan innovatieve oplossingen.

Lees het hele artikel op Grensverleggers.

Het verhaal van de wonderboom

Ondernemer Chris Kaput vertelt over het heftige werken in Haïti, het paradijs Dominicaanse Republiek én de kansen van een wonderboom. 

Zijn grote droom: het opzetten van een sustainability demonstration site. Een plek waarop alles is samengebracht op het gebied van duurzaam wonen en bouwen, duurzame voedselproductie, et cetera. Met daarbij een prominente plaats voor de Moringa-boom.

Lees het hele artikel op Grensverleggers.