Wat is MVO?

Begrippenlijst

Ken je een MVO-term niet? We hebben de belangrijkste begrippen op een rij gezet.

3 P’s 

Het uitgangspunt van MVO is het streven naar een balans tussen de 3 P’s: people (mensen), planet (milieu) en profit (economische winst). De term is bedacht door John Elkington, een autoriteit op het gebied van MVO.

Arbeidsparticipatie

Het deel van de bevolking dat deelneemt aan het arbeidsproces is de arbeidsparticipatie. Vanwege vergrijzing en ontgroening zullen we in de toekomst met minder mensen meer werk moeten doen: de arbeidsparticipatie gaat dalen. Duurzame inzetbaarheid en sociale innovatie bieden kansen voor dit vraagstuk. Lees meer in het dossier arbeidsmarkt

Biodiversiteit

Met biodiversiteit wordt de variatie onder alle levende organismen bedoeld. Het gaat hierbij om de diversiteit aan ecosystemen, met daarin verschillende soorten organismen, en de verschillen tussen organismen van hetzelfde soort. Lees meer in het dossier biodiversiteit

Biogas

Biogas, ook wel groengas genoemd, wordt geproduceerd door vergisting van organisch materiaal, zoals mest, rioolslib of gestort huisvuil. De hoofdbestanddelen zijn methaan en koolstofdioxide. Vanwege de biologische oorsprong is biogas een duurzame energiebron.

BoP

De Base of the Pyramid, ook wel Bottom of the Pyramid of BoP genoemd, is een economisch model dat de wereldbevolking in 3 welvaartsgroepen verdeelt. In de onderste groep, de bodem van de piramide, zitten ongeveer 4 miljard mensen met een gemiddeld inkomen van minder dan 4.000 dollar per jaar. De BoP wordt gezien als een groeimarkt voor bedrijven. Lees meer in het dossier BoP

Circulaire economie

Een economisch systeem waarin herbruikbaarheid centraal staat. Dat is anders dan in het huidige systeem; nu worden grondstoffen omgezet in producten die na verbruik worden vernietigd. In de circulaire economie bestaat een biologische en een technische kringloop: een product wordt aan het eind van zijn leven weer opgenomen in de natuur, of de productonderdelen kunnen opnieuw gebruikt worden op een kwalitatief hoogwaardig niveau. Lees meer in het dossier circulaire economie

Corporate governance

Corporate governance is de Engelse term voor bestuur (governance) van een onderneming. Binnen de bedrijfskunde wordt de term gebruikt om aan te duiden hoe een onderneming goed, efficiënt en verantwoord geleid moet worden, inclusief verantwoording hierover richting stakeholders.

Cradle to cradle (C2C)

Cradle to cradle gaat uit van de filosofie van de circulaire economie waarin herbruikbaarheid centraal staat. Een C2C-product is altijd onderdeel van een biologische of technische kringloop waarbij er geen grondstoffen verloren gaan. Onderdelen of grondstoffen van afgedankte producten worden opnieuw gebruikt zonder verlies van waarde. Chemicus Michael Braungart en architect William McDonough zijn de grondleggers van de C2C-gedachte. 

Corporate Social Responsibility (CSR)

CSR staat voor Corporate Social Responsibility. Het is de Engelse term voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Bij MVO neemt een onderneming de verantwoordelijkheid voor de effecten van haar bedrijfsactiviteiten op mens en milieu. Het bedrijf ziet in ‘people en planet’-vraagstukken kansen voor nieuwe producten, diensten of processen die zowel de samenleving als de onderneming ten goede komen (profit).

Due diligence

Volgens het Ruggie-beleidskader hebben bedrijven de maatschappelijke verantwoordelijkheid om mensenrechten te respecteren (responsibility to respect). Ook moeten zij de mensenrechtenrisico’s in hun keten in kaart brengen en verminderen. Deze verantwoordelijkheid wordt due diligence genoemd. Lees meer in het dossier mensenrechten en internationale arbeid

Duurzaamheid

Duurzaam betekent bestendig of lang meegaand. Een duurzame ontwikkeling is een strategie of productiemethode die de natuurlijke hulpbronnen of grondstoffen niet uitput om zo de behoeften van toekomstige generaties niet in gevaar te brengen. Bij duurzame ontwikkeling is dus sprake van een ideaal evenwicht tussen sociale (people), ecologische (planet) en economische (profit) belangen, de 3 P’s.

Duurzame inzetbaarheid

Medewerkers zijn duurzaam inzetbaar wanneer ze goed, gezond en gemotiveerd hun werk kunnen doen, nu en in de toekomst. Een belangrijk thema, aangezien we vanwege vergrijzing en ontgroening in de toekomst met minder mensen meer werk moeten doen.

Earth overshoot day

Earth Overshoot Day is de dag van een bepaald jaar wanneer - vanaf 1 januari geteld - de mensheid wereldwijd net zoveel grondstoffen en voedingswaren heeft verbruikt als de aarde in één jaar tijd kan opbrengen. In 2012 viel Earth Overshoot Day al op 22 augustus. Vanaf die dag ‘teerden we dus in’ op de reserves van de aarde.

Eco-efficiency

Eco-efficiency, of eco-efficiëntie, betekent dat er meer goederen worden geproduceerd of meer diensten worden geleverd met minder gebruik van bronnen, minder afval en minder verontreiniging.

Ecosysteem

Een ecosysteem is het geheel van alle mensen, planten en dieren in een bepaald gebied, hun onderlinge wisselwerkingen en hun leefomgeving. Voorbeelden van ecosystemen zijn zeeën, bossen en akkers. Gezonde ecosystemen leveren ons diensten en goederen, zoals vis, hout en landbouwproducten. Sommige ecosystemen worden bedreigd door de afname van de biodiversiteit.

Ecologische voetafdruk (ecological footprint)

De ecologische voetafdruk is de milieubelasting van een persoon gemeten in mondiale hectare. Dit is een hypothetisch getal dat aangeeft hoeveel hectare een persoon per jaar aan biologisch productief grond- en wateroppervlak gebruikt voor zijn consumptie en om zijn afvalproductie te verwerken. De voetafdruk van een wereldburger is nu gemiddeld 2,7 hectare. We verbruiken dus meer dan de aarde te bieden heeft, oftewel: we teren elke dag in op de natuurlijke reserves.

E-waste

Met e-waste worde agedankte elektronische goederen bedoeld. In e-waste zitten veel recyclebare grondstoffen, zoals ijzer, koper, aluminium en kunststoffen die hergebruikt kunnen worden. Bij recycling komen vaak giftige stoffen vrij (slecht voor het milieu en de mensen die dit doen) en restafval wordt vaak gedumpt (slecht voor het milieu). Slim productontwerp en efficiëntere technologie voorkomt deze problemen.

Fairtrade (Fair Trade)

Eerlijke handel of fair trade bevordert duurzame internationale handel, met name bij de export van arme landen naar rijke Westerse landen, zodat alle ondernemers in de keten een eerlijk deel van de winst krijgen. Fairtrade international is een wereldwijd keurmerk voor eerlijke handel. In Nederland is Max Havelaar het keurmerk voor Fairtrade

Filantropie

Filantropie is het (onverplicht) bijdragen - in de vorm van geld, goederen of middelen - aan maatschappelijke doelen met het oog op het algemeen belang. Dat kan als persoon, maar ook als bedrijf. Bij bedrijven spreken we ook wel van maatschappelijk betrokken ondernemen (MBO). Lees het dossier over Maatschappelijk Betrokken Ondernemen

Green deal

Green Deals zijn afspraken met de overheid die obstakels voor groene groei wegnemen voor bedrijven, burgers en maatschappelijke organisaties. Dat kan bijvoorbeeld door eenvoudiger vergunningen te verlenen, afzetmarkten voor nieuwe technologieën te ondersteunen en de toegang tot de kapitaalmarkt te verbeteren. In 2011 en 2012 zijn 135 Green Deals gesloten tussen bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden.

Greenwashing

Wanneer een bedrijf zijn klanten misleidt door de inspanningen van het bedrijf op milieugebied of de positieve milieueffecten van een product te overdrijven, noemen we dat greenwashing. Een voorbeeld is een energiemaatschappij die vooral bezig is met fossiele energie en zich niet bekommert om energiebesparing bij zijn klanten, maar wel veel reclame maakt voor een enkel duurzaam product.

Grondstoffenschaarste

Er is over het algemeen steeds meer vraag naar grondstoffen, zoals olie en metalen, terwijl het aanbod afneemt. Daardoor is er sprake van grondstoffenschaarste. Niet alleen omdat de grondstoffen opraken, maar ook omdat er kunstmatig schaarste wordt gecreëerd. Landen met veel grondstoffen leggen namelijk exportrestricties op en creëren zo een monopoliepositie. Lees meer in het dossier grondstoffen

Het nieuwe werken (HNW)

Het nieuwe werken is een visie op werken waarbij de werknemer centraal staat. De werknemer krijgt in deze visie - binnen bepaalde grenzen - de ruimte en vrijheid om te bepalen hoe hij werkt, waar hij werkt, wanneer hij werkt, waarmee hij werkt en met wie hij werkt. Lees meer in het dossier over sociale innovatie

Integrated reporting

Een integrated report is een verslag dat weergeeft hoe de strategie, prestaties, vooruitzichten en het bestuur van een onderneming leiden tot (ook niet-financiële) waardecreatie op korte, middellange en lange termijn. Oftewel: ook duurzaamheidsinformatie wordt opgenomen in het jaarverslag. Verslaggeving over duurzaamheidsaspecten helpt om investeerders en talent aan te trekken en te behouden, stakeholders te betrekken en de reputatie van de onderneming te versterken.

ISO 26000

De NEN-richtlijn ISO 26000 is een internationale richtlijn voor MVO: een hulpmiddel voor bedrijven en andere organisaties bij de implementatie van MVO. Lees meer in het dossier ISO 26000

Ketenverantwoordelijkheid

Maatschappelijk verantwoord inkopen wordt ook wel ketenverantwoordelijkheid genoemd. Neemt een inkoper ketenverantwoordelijkheid, dan let hij niet alleen op de prijs, kwaliteit en levertijd van een product, maar ook op sociale en milieuaspecten. Zo beïnvloedt hij het gedrag van zijn toeleveranciers, bijvoorbeeld op het gebied van arbeidsomstandigheden, rechten van werknemers en milieu. Lees meer in het dossier inkoop en keten

Klimaatneutraal

Een bedrijf, bedrijfsproces of product is klimaatneutraal wanneer het niet bijdraagt aan klimaatverandering. Eventuele vrijgekomen broeikasgassen worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door het aanplanten van bomen. Lees meer in het dossier energie & klimaat

License to operate

MVO gaat niet alleen om het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar ook over het afleggen van verantwoording over het doen en laten van de organisatie. Daarmee krijgen bedrijven een mandaat van hun omgeving om te kunnen blijven opereren - een zogenoemde ‘license to operate’.

Life Cycle Analysis / Life Cycle Assesment (LCA)

Een Life Cycle Assessment (LCA) is een rekenmethode die de milieuimpact van een product in kaart brengt in alle fases van de levenscyclus van het product. Dus van de grondstoffenwinning tot en met de gebruiksfase en de afvalverwerking of recycling. Een LCA is een vast onderdeel van een Milieuproductverklaring (MPV)

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)

Bij MVO neemt een onderneming de verantwoordelijkheid voor de effecten van haar bedrijfsactiviteiten op mens en milieu. Het bedrijf ziet in ‘people en planet’-vraagstukken kansen voor nieuwe producten, diensten of processen die zowel de samenleving als de onderneming ten goede komen (profit).

Maatschappelijk betrokken ondernemen (MBO)

Maatschappelijk betrokken ondernemen, MBO, is het vrijwillig investeren van expertise, menskracht, faciliteiten of netwerken in de lokale samenleving. Denk bijvoorbeeld aan vrijwilligerswerk door medewerkers, of het sponsoren van lokale projecten. Lees meer in het dossier Maatschappelijk Betrokken Ondernemen

OESO-richtlijnen

De OESO-richtlijnen maken duidelijk wat de Nederlandse overheid van bedrijven in het buitenland verwacht op het gebied van MVO. Ze bieden een handvat voor gedragscodes van ondernemingen om met maatschappelijke kwesties als kinderarbeid, milieu en corruptie om te gaan. Lees meer over de OESO-richtlijnen

Plastic soep / Plastic soup

In onze oceanen en zeeën drijft steeds meer plastic afval, geloosd door de industrie en huishoudens. Door verwering, zonlicht en golfslag valt dit plastic uit elkaar in kleine stukjes, bij elkaar ‘plastic soep’ genoemd. Dit leidt tot ernstige verontreiniging; bovendien dringt het vaak giftige afval – onder meer via de vis die wij eten - onze voedselketen binnen.

Ruggie-framework

Het Ruggie-framework ofwel Protect, Respect and Remedy-raamwerk is een beleidskader voor bedrijven over de toepassing van mensenrechten. Het is opgesteld door Professor John Ruggie, en op basis van zijn onderzoek zijn de OESO-richtlijnen in 2011 concreter gemaakt. Een van de belangrijkste begrippen in het Ruggie-framework is due dilligence.

Social return on investment (SROI)

Social Return on Investment (SROI) is een instrument dat sociale en economische gevolgen van maatschappelijke investeringen zichtbaar maakt. Het geeft maatschappelijke doelen een economische waarde. Dit wordt niet alleen in geld uitgedrukt, maar bijvoorbeeld ook in toename van het aantal banen, belastinginkomsten, gedaalde criminaliteit en besparingen op uitkeringen en subsidies.

Sociale innovatie

Sociale innovatie is vernieuwing van het arbeidsproces, met als doel verbeterde prestaties van de organisatie, meer werkplezier en ontplooiing van talenten. Het gaat om nieuwe manieren om het werk te organiseren, zoals plaats- en tijdonafhankelijk werken. Lees meer in het dossier over sociale innovatie

Stakeholderdialoog

Een stakeholder is een persoon of een groep personen die belang heeft bij beslissingen of activiteiten van een organisatie. Denk aan klanten, werknemers, overheden, NGO's, investeerders en leveranciers, maar ook omwonenden en de media. Wanneer een onderneming met deze groep in gesprek gaat is er sprake van een stakeholderdialoog. Het voeren van een stakeholderdialoog is een belangrijke voorwaarde voor MVO. Lees meer in het dossier over stakeholders

Transparantie

Transparantie is de mate van openheid, zichtbaarheid en toegankelijkheid van een organisatie naar haar stakeholders. Zowel voor, tijdens, als na afloop van bedrijfsactiviteiten. Hoe meer partijen de problemen en keuzes van een bedrijf snappen, hoe beter het bedrijf aanspreekbaar is. Het nodigt uit tot meedenken over oplossingen en verbeteringen. Transparantie is een belangrijke voorwaarde voor MVO. Lees meer in het dossier transparantie

Trias energetica

De Trias Energetica is een 3-stappenstrategie om een energiezuinig ontwerp te maken. Dit zijn de basisvuistregels bij het duurzaam ontwerpen van gebouwen.

Upcycling

Upcycling is een term uit de Cradle to Cradle-visie. Bij upcycling worden materialen gerecycled op hetzelfde niveau van kwaliteit of zelfs hoger. Dit laatste gebeurt bijvoorbeeld wanneer in het recyclingproces een schadelijk bestanddeel uit het materiaal wordt gehaald, terwijl de technische eigenschappen van het materiaal niet veranderen. Upcycling is het tegenovergesteld van downcycling, waarbij een materiaal bij elke recyclingronde aan kwaliteit inlevert.

Een belangrijke bron van deze begrippenlijst is mvotermen.wordpress.com, een initiatief van professor Jan Jonker van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef ook het boek Inleiding in Maatschappelijk Verantwoord en Duurzaam Ondernemen.

Laatst bijgewerkt: 
10-04-2017 14:43