ISO 26000 Wegwijzer

Inleiding

Welkom bij de MVO-wegwijzer ISO 26000

De MVO-wegwijzer ISO 26000 maakt u wegwijs in de richtlijn ISO 26000. Het helpt u kennis te maken met maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) en ermee aan de slag te gaan. ISO 26000 bestaat uit vier blokken, die u ook in deze wegwijzer terugziet. Per blok ziet u wat ISO 26000 op hoofdlijnen van u verwacht en hoe u hiermee aan de slag kunt. Ieder blok verwijst door naar de richtlijn zelf, waar u de uitgebreide informatie kunt nalezen.

Wat is ISO 26000?

ISO 26000 is een internationale richtlijn voor MVO: een hulpmiddel voor bedrijven dat uitlegt wat MVO is en hoe het in de praktijk gebracht kan worden. In tegenstelling tot sommige andere ISO-normen bevat ISO 26000 geen eisen en kan het dus niet worden gebruikt voor het certificeren van MVO. Omdat in ISO 26000 geen eisen staan, bepaalt u uiteindelijk zelf of en zo ja, op welke manier u MVO implementeert.    
De richtlijn is door alle soorten organisaties te gebruiken, ongeacht grootte, locatie of sector. Naast bedrijven kunnen dus ook overheden, NGO’s en andere organisaties de richtlijn en deze wegwijzer gebruiken. De volledige richtlijn is verkrijgbaar via de website van het NEN.

Waarom deze wegwijzer gebruiken?

Deze wegwijzer helpt u gestructureerd aan de slag te gaan met MVO volgens de richtlijn ISO 26000. MVO levert zowel een bijdrage aan duurzame ontwikkeling als aan uw bedrijf zelf. Het levert een efficiëntere bedrijfsvoering op en draagt bij aan innovatie. Ook blijkt uit onderzoek dat steeds meer klanten MVO-eisen stellen.

Wilt u als ondernemer weten hoe ver u bent met maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) volgens de MVO-richtlijn ISO 26000? Scan dan uw bedrijfsvoering met behulp van de MVO-scan ISO 26000.

 

De ISO 26000 Wegwijzer is ontwikkeld in samenwerking met NEN en RvO.

Principes

[ISO 26000 – hoofdstuk 4]

ISO 26000 beschrijft zeven basisprincipes van MVO. Deze principes dienen als uitgangspunten voor het implementeren van MVO. Ze vormen een basishouding bij het nemen van maatschappelijk verantwoorde bedrijfsbeslissingen. Naast deze principes kan ieder bedrijf eigen principes hanteren, op basis van de eigen MVO-ambities.

Doel van dit deel is het vormen van een MVO-basishouding waarmee de rest van het MVO-implementatietraject wordt ingegaan.

1. Het afleggen van rekenschap

[ISO 26000 – hoofdstuk 4.2]

Het afleggen van rekenschap betekent dat een bedrijf verantwoordelijkheid neemt voor de impact die het heeft op de maatschappij, de economie en het milieu. Dat een bedrijf op deze verantwoordelijkheid mag worden aangesproken en naar aanleiding daarvan verbeteringen doorvoert. 

De mate waarin een bedrijf rekenschap aflegt, verschilt per bedrijf en is afhankelijk van de invloed die het bedrijf heeft op zijn omgeving. Hoe meer invloed een bedrijf heeft, hoe meer rekenschap moet worden afgelegd.

  • Leg verantwoording af over de effecten van uw bedrijfsvoering op de maatschappij, het milieu en de economie (en in het bijzonder over de eventuele negatieve effecten). 
  • Leg verantwoording af over de maatregelen die u heeft genomen om herhaling van die eventuele negatieve effecten te voorkomen.

2. Transparantie

[ISO 26000 – hoofdstuk 4.3]

Alle bedrijfsbeslissingen en –activiteiten hebben impact op de omgeving (de maatschappij en het milieu) van het bedrijf. Een bedrijf moet daarom laten zien wat haar beleid, besluiten en activiteiten zijn en welke invloed die hebben op de maatschappij en het milieu. 

Het is belangrijk dat de informatie die een bedrijf geeft tijdig, duidelijk en volledig beschikbaar wordt gesteld, op een voor de omgeving begrijpelijke manier. Op deze manier kan die omgeving namelijk goed beoordelen welke impact de bedrijfsbeslissingen en –activiteiten op haar hebben.

Eigendomsinformatie hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor vertrouwelijke informatie of informatie waarmee wettelijke, commerciële of privacyverplichtingen kunnen worden geschonden.

Geef openheid over:

  • het doel, de aard en de plaats van uw activiteiten.
  • wie het meerderheidsbelang in uw organisatie heeft.
  • wie welke functie binnen uw bedrijf heeft.
  • welke verantwoordelijkheden en bevoegdheden bij die functies horen.
  • de manier waarop besluiten tot stand komen.
  • hoe u uw (MVO-)prestaties evalueert.
  • uw MVO-prestaties.
  • uw financiële prestaties. 
  • waar uw financiële middelen vandaan komen.
  • de gevolgen van bedrijfsbeslissingen en –activiteiten op de omgeving (belanghebbenden, de maatschappij, het milieu, etc.).
  • wie u als stakeholders beschouwt.
  • de manier waarop deze stakeholders zijn geselecteerd.
  • hoe deze stakeholders worden betrokken bij uw organisatie.

3. Ethisch gedrag

[ISO 26000 – hoofdstuk 4.4]

Ethisch gedrag gaat over oprecht, rechtvaardig en integer gedrag van een organisatie. Deze waarden vertalen zich in zorg voor mensen, dieren en milieu. Ook gaat het over de aandacht voor de effecten van haar gedrag op haar stakeholders.

  • Maak uw kernwaarden en principes bekend.
  • Richt bestuursstructuren zodanig in dat ethisch gedrag wordt bevorderd (denk aan het voorkomen van belangenverstrengeling).
  • Formuleer (gedrags)normen voor ethisch gedrag, zodat iedereen weet wat er van hem/ haar verwacht wordt. Voor verschillende functies (bijvoorbeeld bestuur, medewerkers, leveranciers, contractanten, eigenaren en managers) kunnen andere gedragsnormen gelden.
  • Moedig het naleven van deze normen aan.
  • Voorkom belangenconflicten (of los ze op) in de organisatie, omdat deze kunnen leiden tot onethisch gedrag.
  • Zorg voor toezicht- en beheersingsmechanismen om ethisch gedrag te monitoren, te ondersteunen en te versterken.
  • Zorg ervoor dat mensen binnen en buiten uw organisatie onethisch gedrag kunnen melden, zonder bang te hoeven zijn voor represailles (denk aan een klokkenluidersregeling).
  • Kies ook voor ethisch gedrag in situaties waarin lokale wet- en regelgeving niet bestaat, of conflicteert met ethisch gedrag.
  • Heb respect voor dierenwelzijn.

4. Respect voor stakeholderbelangen

[ISO 26000 – hoofdstuk 4.5]

Stakeholders zijn organisaties of personen die worden beïnvloed door de activiteiten en besluiten van een bedrijf. Daarom hebben zij belang bij de activiteiten en besluiten van een bedrijf. Het is belangrijk dat bedrijven deze belangen meewegen bij het maken van beslissingen. 

  • Zorg ervoor dat u weet wie uw stakeholders zijn.
  • Zorg ervoor dat stakeholders met u in contact kunnen treden om invloed uit te oefenen.
  • Erken uw stakeholders, en reageer op hun bezorgdheid.
  • Onderken dat stakeholders de activiteiten van uw organisatie kunnen beïnvloeden.
  • Weeg de belangen van uw stakeholders in het licht van bredere maatschappelijke verwachtingen.
  • Houd ook rekening met de belangen van stakeholders waarmee u geen formele relatie heeft.

5. Respect voor de rechtsorde

[ISO 26000 – hoofdstuk 4.6]

Het respecteren van de rechtsorde betekent dat een bedrijf de wet- en regelgeving moet naleven, ook als het naleven van deze wetten en regels niet of beperkt wordt gehandhaafd door de overheid. Het naleven van wet- en regelgeving geldt voor alle rechtsgebieden (jurisdicties) waarin een bedrijf actief is.

  • Beoordeel periodiek of uw organisatie nog voldoet aan wet- en regelgeving.
  • Informeer uw medewerkers regelmatig over recente en relevante wet- en regelgeving, en hoe zij zich hieraan kunnen houden.
  • Kies ook voor het naleven van de wet in landen waar handhaving door de overheid gebrekkig is.

6. Respect voor internationale gedragsnormen

[ISO 26000 – hoofdstuk 4.7]

Niet in alle gevallen garandeert wetgeving dat het milieu of de maatschappij voldoende wordt beschermd. Een bedrijf moet daarom zoveel mogelijk de internationale gedragsnormen (zoals de OESO-richtlijnen) respecteren.

  • Heroverweeg uw activiteiten in gebieden waar de internationale gedragsnormen niet worden nageleefd.
  • Probeer relevante organisaties of autoriteiten te overtuigen de wet- en regelgeving aan te passen, wanneer deze niet overeenkomen met de internationale gedragnormen. 
  • Voorkom dat u medeplichtig bent aan het schenden van internationale gedragsnormen door andere organisaties (bijvoorbeeld uw leveranciers).
  • Kies ook voor het naleven van internationale gedragsnormen in situaties waarin door de wet minder of geen eisen worden gesteld aan bescherming van milieu en maatschappij. 

7. Respect voor mensenrechten

[ISO 26000 – hoofdstuk 4.8]

Dit principe houdt in dat een bedrijf de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens erkent, respecteert en waar mogelijk bevordert. Deze rechten gelden voor ieder mens op de wereld. 

  • Onderneem actie in situaties waarin mensenrechten worden geschonden.
  • Probeer geen slaatje te slaan uit situaties waarin mensenrechten onvoldoende zijn beschermd.
  • Houd u altijd minimaal aan de internationale gedragsnormen op het gebied van mensenrechten.

Omgeving

Een bedrijf is onlosmakelijk met zijn omgeving verbonden. Alle activiteiten en besluiten van het bedrijf hebben immers invloed op de omgeving. En andersom heeft die omgeving verwachtingen van het bedrijf. Het is belangrijk dat een bedrijf zijn invloed op de omgeving onderkent, en weet wat de verwachtingen van zijn omgeving zijn. Stakeholders zijn personen of organisaties die deze omgeving representeren en de verwachtingen van de omgeving expliciet kunnen maken. Omdat zij worden beïnvloed door de activiteiten en besluiten van het bedrijf, hebben zij belang bij wat de organisatie doet en beslist, en worden zij ook wel belanghebbenden genoemd.

Het betrekken van stakeholders is belangrijk bij het implementeren van MVO. Een organisatie heeft haar stakeholders nodig om te bepalen welke effecten zij ondervinden, wat deze stakeholders van de organisatie verwachten en waaraan de organisatie dus aandacht moet geven. Naast de stem van stakeholders, is het ook belangrijk dat een bedrijf oog houdt voor de verwachtingen van de maatschappij in bredere zin. Een bedrijf moet rekening houden met deze verschillende belangen en transparant zijn over de gemaakte keuzes, vooral bij tegenstrijdige belangen tussen organisatie, stakeholders en/of de maatschappij in bredere zin.

Doel van dit deel is in kaart brengen wie uw stakeholders zijn en hoe u hen kunt betrekken bij uw bedrijf.

1. Stakeholders in kaart brengen

[ISO 26000 – hoofdstuk 5.3.2]

Stakeholders zijn organisaties of personen die worden beïnvloed door de activiteiten en besluiten van een organisatie. Voorbeelden zijn afnemers, leveranciers, branche- en beroepsverenigingen, vakbonden, NGO’s, (lokale) overheden, financiers, werknemers, ondernemingsraden, zuster- of moederbedrijven en aandeelhouders.

Om uw stakeholders in kaart te brengen, kunt u uzelf de volgende vragen stellen:

  • Tegenover wie hebben we wettelijke verplichtingen?
  • Wie kan positief of negatief worden beïnvloed door de besluiten of activiteiten van onze organisatie?
  • Wie zal waarschijnlijk ongerustheid uiten over de besluiten en activiteiten van de organisatie?
  • Wie heeft in het verleden ongerustheid geuit over de besluiten en activiteiten van de organisatie?
  • Wie kan helpen bij het aanpakken van de negatieve maatschappelijke impact van de organisatie?
  • Wie oefent invloed uit op het al dan niet nakomen van de verantwoordelijkheden van de organisatie?
  • Wie zou worden benadeeld als hij niet wordt betrokken door de organisatie?
  • Welke personen of partijen bevinden zich in de keten van de organisatie?

2. Stakeholders betrekken

[ISO 26000 – hoofdstuk 5.3.3]

Het betrekken van stakeholders leidt tot dialoog tussen het bedrijf en haar stakeholders. Het helpt het bedrijf bij het in kaart brengen van welke effecten stakeholders ondervinden, wat deze stakeholders van de organisatie verwachten op het gebied van maatschappelijke thema’s {hier interne link naar thema's} en waaraan de organisatie dus aandacht moet geven.

Het betrekken van stakeholders kan op verschillende manieren. Het initiatief kan zowel bij de organisatie liggen als bij de stakeholder. Belangrijk is dat het betrekken van stakeholders tweerichtingscommunicatie moet zijn.

  • Ga in gesprek met stakeholders via bijvoorbeeld formele of informele vergaderingen, conferenties, workshops, rondetafeldiscussies, consultatierondes, internetfora, etc.
  • Zorg ervoor dat u, voordat u in gesprek gaat met uw stakeholders, helder heeft
  • Wat het doel is van het betrekken van de stakeholder.
  • Wat de belangen van de stakeholder zijn.
  • Wat de relatie is tussen de belangen van de stakeholder en die van de organisatie.
  • Of de belangen van de stakeholder relevant en significant zijn voor duurzame ontwikkeling.
  • Of de stakeholders over de nodige informatie beschikken en het nodige inzicht hebben om besluiten te nemen.
  • Stel uw stakeholders onder meer de volgende vragen
  • Welke impact hebben onze besluiten en activiteiten op u?
  • Hoe kunnen we de positieve impact vergroten?
  • Hoe kunnen we de negatieve impact verminderen?
  • Wat vindt u van onze MVO-prestaties?
  • Vindt u onze MVO-claims geloofwaardig?
  • Aan welke wettelijke verplichtingen hebben we ten opzichte van u te voldoen?
  • Wees transparant over de conflicten tussen uw belangen, die van uw stakeholders en de algemene maatschappelijke verwachtingen. Wees ook transparant over de keuzes die u hierin maakt.
  • Kijk waar u partnerschappen met stakeholders kunt vormen.

Conflicten met stakeholders

[ISO 26000 – hoofdstuk 7.6.3]

Soms ontstaan er conflicten of meningsverschillen met of tussen stakeholders van het bedrijf. Het is daarom belangrijk dat een bedrijf manieren ontwikkelt om hiermee om te gaan.

  • Los conflicten op door rechtstreeks in gesprek te gaan met  de stakeholders met wie een conflict of meningsverschil is ontstaan.
  • Verstrek schriftelijke informatie om verkeerde interpretaties te voorkomen.
  • Richt fora in waarop stakeholders en de organisatie standpunten kunnen weergeven en oplossingen kunnen zoeken.
  • Ontwerp formele procedures voor klachtenbehandeling.
  • Ontwerp bemiddelings- en arbitrageprocedures.
  • Stel systemen in om overtredingen te rapporteren zonder angst voor represailles.

Thema's

[ISO 26000 - hoofdstuk 6]

Voor ieder bedrijf is het belangrijk aandacht te besteden aan de 7 MVO-kernthema’s van ISO 26000.

Ieder kernthema is onderverdeeld in een aantal onderwerpen. Deze lijst is niet uitputtend en kan dus in de toekomst worden uitgebreid of aangepast. Het is de bedoeling dat bedrijven kijken welke van deze onderwerpen belangrijk voor hen zijn, daar doelstellingen op te formuleren en acties aan koppelen. ISO 26000 helpt bedrijven deze selectie te maken. Bepaal door deze prioriteitenlijst te doorlopen de belangrijkste MVO thema's van uw organisatie.

Alle 7 kernthema’s houden verband met elkaar. Het is daarom belangrijk om ze met elkaar in verband te bekijken. Investeren in het ene thema kan ten koste van een ander thema gaan, of de thema’s kunnen elkaar positief of negatief beïnvloeden. Het is belangrijk dat bedrijven zich hiervan bewust zijn en samen met stakeholders afwegingen maken.

Voorbeeld: uit het oogpunt van maatschappelijke betrokkenheid kan een organisatie beslissen om producten met een fair trade keurmerk uit ontwikkelingslanden te importeren. Dit kan echter negatieve consequenties hebben voor het milieu, gezien de transportafstanden. Dilemma’s zijn bij MVO onvermijdelijk. Het is daarom belangrijk om in overleg met stakeholders goed afgewogen keuzes te maken en open te zijn over de dilemma’s die hierbij spelen. 

1. Het bestuur van de organisatie

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.2]

Het bestuur van de organisatie gaat over de manier waarop een organisatie besluiten neemt  en die implementeert. Dit thema verschilt van de andere kernthema’s. Het goed organiseren van het bestuur van de organisatie is namelijk een voorwaarde om MVO goed te kunnen integreren. Een goede invulling van het bestuur zorgt ervoor dat een bedrijf haar maatschappelijke activiteiten effectief kan beïnvloeden en monitoren. Daarom moeten alle organisaties ervoor zorgen dat de processen, systemen en structuren binnen de organisatie MVO bevorderen.

Besluitvormingsprocessen en -structuren

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.2.3]

Onder het thema 'Bestuur van de organisatie' valt één onderwerp: Besluitvormingsprocessen en –structuren.

Bij het besturen van een bedrijf is het belangrijk om zowel oog te hebben voor de formele kant - de structuren en processen, als voor de informele kant - de cultuur en waarden.

Bestuurlijke systemen binnen organisaties verschillen sterk, afhankelijk van de omvang, het type en de omgeving van de organisatie. Een grote multinational heeft bijvoorbeeld te maken met hele andere bestuurssystemen dan een kleine organisatie. Ook verschillen de systemen per land en per sector. 

In een goed besturingssysteem worden de principes van MVO meegenomen bij het nemen van besluiten. Zo’n besturingssysteem garandeert tegelijkertijd dat MVO systematisch wordt geïntegreerd in de hele organisatie. Leiderschap is essentieel om MVO niet alleen te verankeren in formele structuren, maar ook in de cultuur van het organisatie. 

  • Integreer MVO in strategieën, doelstellingen en taakstellingen.
  • Laat zien dat de organisatieleiding (de directie of het MT) betrokken is bij en zich committeert aan MVO.
  • Investeer in een organisatiecultuur waarbij MVO hoog in het vaandel staat.
  • Bouw effectieve prikkels in om prestaties op het gebied van MVO te belonen.
  • Maak mensen en middelen vrij om MVO te implementeren.
  • Maak stakeholderdialoog en het afwegen van belangen onderdeel van het besluitvormingsproces.
  • Betrek alle werknemers bij MVO. 
  • Monitor actief de effecten van besluiten op MVO-doelstellingen en leg hierover rekenschap af. 
  • Evalueer periodiek of de bestuurssystemen effectief zijn en pas die indien nodig aan.

2. Mensenrechten

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.3]

Mensenrechten zijn basisrechten die gelden voor ieder mens. Voorbeelden van mensenrechten zijn het recht op vrijheid, eerlijke behandeling en privacy. In de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens staan alle 30 mensenrechten. Mensenrechten gelden voor ieder mens op de wereld en ze overstijgen daarmee culturele tradities. Omdat ze altijd en voor iedereen gelden kunnen ze ook niet worden afgenomen of opgegeven: ze zijn onvervreemdbaar.

Staten hebben de plicht om mensen te beschermen tegen schendingen van mensenrechten. Dit betekent dat staten bedrijven die zich binnen (of zelfs soms buiten) hun rechtsgebied bevinden aan zullen sporen om mensenrechten te respecteren. Maar ook als de staat dit niet doet, moeten bedrijven de mensenrechten respecteren. Ze moeten er niet alleen voor zorgen dat zij de mensenrechten niet actief zelf schenden, maar ook dat zij schendingen niet passief accepteren.

Voorbeeld: Juist in situaties waarin de staat haar verplichtingen niet nakomt moet een bedrijf extra alert zijn. Dit heet ‘gepaste zorgvuldigheid’. Een bedrijf kan meer doen dan alleen mensenrechten respecteren, ze kan ook werken aan het actief bevorderen van mensenrechten, bijvoorbeeld door voorlichting.

Onder het "tips" blok worden de verschillende aspecten van het thema Mensenrechten afzonderlijk toegelicht.

  • Ontwikkel een mensenrechtenbeleid met richtlijnen voor medewerkers en andere mensen die aan de organisatie verbonden zijn. Stel hierin vast hoe activiteiten van de organisatie de mensenrechten beïnvloeden.
  • Integreer het beleid in het hele bedrijf.
  • Monitor de prestaties en pas het beleid waar nodig aan.
  • Onderneem direct actie zodra er negatieve effecten aan het licht komen.
  • Schakel een onafhankelijk beoordelaar in wanneer er een verhoogd risico geldt.
  • Verifieer of veiligheidsmaatregelen in overeenstemming zijn met de mensenrechten.
  • Lever geen goederen of diensten aan partijen die deze gebruiken om mensenrechten te schenden.
  • Werk niet formeel of informeel samen met partijen die zich schuldig maken aan mensenrechtenschendingen.
  • Informeer onder welke maatschappelijke en milieuomstandigheden goederen die u inkoopt worden geproduceerd.
  • Vermijd medeplichtigheid aan onwettige verplaatsing van mensen uit hun land.
  • Overweeg openbaar afstand te nemen van activiteiten die mensenrechtenschendingen met zich meebrengen.
  • Ontwikkel een klachtenprocedure voor geschillen op het gebied van mensenrechten.
  • Beoordeel regelmatig het beleid en activiteiten gericht op gelijke kansen en non-discriminatie.
  • Onderneem regelmatig acties om de kansen van kwetsbare groepen te verbeteren, bijvoorbeeld door arbeidsplaatsen voor hen te creëren, of door deel te nemen aan programma’s gericht op arbeidsparticipatie. 

Gepaste zorgvuldigheid (due dilligence)

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.3.3]

Een bedrijf moet in het kader van mensenrechten invulling geven aan gepaste zorgvuldigheid. Dit betekent dat zij proactief beleid moet hebben om mensenrechtenschendingen te voorkomen. Dit door in kaart te brengen welke (mogelijke) effecten op mensenrechten zij heeft en op basis hiervan actie te ondernemen.

Risicosituaties met betrekking tot mensenrechten

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.3.4]

In sommige situaties lopen bedrijven een verhoogd risico op het schenden van mensenrechten. Wees extra alert in de volgende situaties:

  • Conflictsituaties en situaties met extreme politieke instabiliteit, bij het falen van de democratie of het rechtssysteem, bij de afwezigheid van politieke of burgerrechten.
  • Bij armoede, droogte, extreme gezondheidsbedreigingen of natuurrampen.
  • Als er betrokkenheid is bij delfstoffenwinning die een gevaar vormt voor de natuur (bossen, water, atmosfeer) of voor lokale gemeenschappen.
  • Als er activiteiten plaatsvinden in de buurt van inheemse volken.
  • Als er een cultuur van corruptie heerst.
  • Bij complexe ketens met informele arbeid.
  • Als er gewerkt wordt met bedrijfsmiddelen of in gebouwen die een veiligheidsrisico opleveren.

Het vermijden van medeplichtigheid

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.3.5]

Het is belangrijk dat een bedrijf voorkomt dat het medeplichtig is aan mensenrechtenschendingen. Dit geldt zowel voor de wettelijke context als de niet-wettelijke. In de wettelijke context gaat het om juridische medeplichtigheid aan een overtreding van de wet. In de niet-wettelijke context gaat het om het voldoen aan maatschappelijke verwachtingen en internationale gedragsnormen. Een bedrijf is ook medeplichtig als zij zwijgt over of profiteert van mensenrechtenschendingen.

Klachtenprocedure

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.3.6]

Ondanks een solide beleid is het altijd mogelijk dat zich geschillen voordoen op het gebied van mensenrechten. Daarom is het belangrijk om een goede klachtenprocedure te ontwikkelen. Op die manier kunnen eventuele gedupeerden hun verhaal doen en genoegdoening krijgen. Een goede klachtenprocedure is breed toegankelijk, voorspelbaar, rechtvaardig, rechtmatig, transparant en gericht op dialoog.

Discriminatie en kwetsbare groepen

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.3.7]

Discriminatie is het maken van onderscheid tussen mensen op basis van onwettige gronden. Veelvoorkomende vormen zijn discriminatie op basis van ras, geslacht, leeftijd, godsdienst, herkomst en handicap. Het verbod op discriminatie is een heel belangrijk onderdeel van mensenrechten. Een bedrijf moet er dan ook voor zorgen dat er geen discriminatie plaatsvindt van medewerkers, partners, klanten of andere stakeholders. Daarnaast is het ook belangrijk te onderzoeken of niet indirect wordt meegewerkt aan discriminatie via samenwerkingspartners, zoals bijvoorbeeld leveranciers. Een bedrijf kan ook actief werken aan het bekend maken van kwetsbare groepen met hun rechten.

Burger- en politieke rechten

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.3.8]

Mensenrechten zijn onder te verdelen in burger- en politieke rechten en economische, maatschappelijke en culturele rechten. Burger- en politieke rechten zijn gericht op onvervreemdbare rechten van het individu, zoals vrijheid van meningsuiting.

Economische, maatschappelijke en culturele rechten

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.3.9]

Mensenrechten zijn onder te verdelen in burger- en politieke rechten en economische, maatschappelijke en culturele rechten. Economische, maatschappelijke en culturele rechten zijn gericht op sociale rechtvaardigheid, zoals het recht op onderwijs, gezondheidszorg en werk.

Werknemers (arbeidsrechten)

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.3.10]

Ook arbeidsrechten zijn onderdeel van mensenrechten en gaan specifiek in op de rechten van werknemers. Deze zijn door de ILO (International Labour Organization) geïdentificeerd en gaan over vakbondsvorming, gedwongen arbeid en kinderarbeid:

Werknemers hebben het recht vakbonden op te richten of zich bij hen aan te sluiten  en hoeven hiervoor geen toestemming te vragen. Bedrijven moeten ervoor zorgen dat vertegenwoordigers van werknemers collectieve onderhandelingen kunnen voeren en hierbij niet belemmerd worden.

Een bedrijf mag geen voordeel halen uit of zich inlaten met gedwongen arbeid. Gevangenisarbeid mag alleen worden gebruikt indien gevangenen zijn veroordeeld door een rechtbank en het werk onder controle van een openbare bevoegdheid staat. Ook gevangenisarbeid moet vrijwillig en onder rechtvaardige en fatsoenlijke omstandigheden uitgevoerd worden.

Een bedrijf mag geen voordeel halen uit of zich inlaten met kinderarbeid. De minimumleeftijd voor deelname aan het arbeidsproces is vastgelegd door de ILO.  Wanneer er binnen de invloedssfeer van een organisatie sprake is van kinderarbeid, dan moet de organisatie er waar mogelijk voor zorgen dat dit stopt én dat er een passend alternatief wordt geboden. Lichte werkzaamheden die geen schade aan de ontwikkeling van het kind toebrengen en die geen beperkingen vormen voor de toegang tot onderwijs zijn wel toegestaan.

3. Werknemers (arbeidspraktijk)

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.4]

Iedereen die namens het bedrijf werkt, ook wanneer het werk zelf is uitbesteed, valt onder de groep werknemers. Arbeidspraktijk is een breed begrip en omvat niet alleen gezondheid en veiligheid van werknemers, of trainings- en ontwikkelingsprogramma’s voor werknemers, maar ook het erkennen van ondernemingsraden of medezeggenschapsorganen.

Het thema werknemers gaat over:

  • Het aannemen en het promoveren van werknemers
  • Disciplinaire en klachtenprocedures voor werknemers
  • Het vervoer en de overplaatsing van werknemers
  • Beëindiging van het dienstverband
  • Training en de ontwikkeling van vaardigheden
  • Gezondheid van werknemers
  • Veiligheids- en industriële hygiëne
  • Beleid rondom arbeidsvoorwaarden
  • Erkenning van arbeidsorganisaties zoals vakbonden
  • Vertegenwoordiging in en deelname van werknemers aan collectieve onderhandelingen en sociale dialoog

Bedrijven leveren een belangrijke bijdrage aan economie en maatschappij door het creëren van banen en het betalen van loon. Omdat arbeid zo belangrijk is voor een goed functionerende en rechtvaardige samenleving, is dit kernthema van groot belang voor ieder bedrijf. Omdat arbeid wordt geleverd door mensen heeft het thema veel te maken met mensenrechten. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) stelt als fundamenteel principe dat werknemers niet behoren te worden behandeld als productiefactor en dat zij daarmee niet onderhevig zijn aan de marktwerking die geldt voor handelsartikelen.

Het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van overheden om de internationale arbeidsnormen vast te leggen in wetgeving en naleving te handhaven. In gevallen dat de overheid hierin haar rol niet neemt, moeten bedrijven alsnog volgens deze normen handelen.

Werkgelegenheid en arbeidsrelaties

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.4.3]

Een belangrijke functie van een bedrijf is het creëren van werkgelegenheid. In de verhouding werkgever- werknemer zijn de machtsverhoudingen echter ongelijk. Daarom is het belangrijk dat er afspraken zijn over de arbeidsrelatie, om de werknemer te beschermen.

  • Zorg dat al het werk dat binnen uw bedrijf wordt uitgevoerd door personen die ofwel wettig erkend zijn als medewerker, of als zelfstandige.
  • Hanteer een planning om het beroep op tijdelijke krachten zoveel mogelijk te vermijden, tenzij het seizoenswerk betreft.
  • Geef alle werknemers gelijke kansen.
  • Voorkom willekeurige of discriminerende werkwijzen bij ontslagprocedures.
  • Bescherm de privacy en persoonsgegevens van arbeidskrachten.
  • Werk alleen samen met partijen die in staat en bereid zijn om de verantwoordelijkheid van een werkgever op zich te nemen en om passende werkomstandigheden te bieden.
  • Maak alleen gebruik van wettelijk erkende arbeidstussenpersonen.
  • Behandel thuiswerkers hetzelfde als andere arbeidskrachten.
  • Voorkom dat uw bedrijf voordeel haalt uit de uitbuiting van arbeidskrachten door anderen.
  • Stimuleer organisaties in uw invloedssfeer om een verantwoordelijk werkgever te zijn, bijvoorbeeld door het hanteren van een gedragscode of het uitvoeren van controles.
  • Stimuleer bij activiteiten in het buitenland de economische ontwikkeling van het gastland, bijvoorbeeld door bij lokale organisaties in te kopen.

Arbeidsomstandigheden en sociale zekerheid

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.4.4]

Onder arbeidsomstandigheden vallen alle zaken die te maken hebben met de uitvoering van het werk. Denk aan loon, werktijden, rusttijden, vakantieregelingen, welzijn van arbeidskrachten, hygiëne en ontslagregelingen. Veel van deze onderwerpen zijn wettelijk vastgelegd, anderen worden door de werkgever bepaald. Arbeidsomstandigheden hebben een grote invloed op de kwaliteit van leven van werknemers. Daarom is dit onderwerp erg belangrijk.

Sociale zekerheid bestaat uit alle regelingen die arbeidskrachten beschermen bij verlaging of verlies van inkomen in geval van ziekte, zwangerschap, ouderschap, werkeloosheid, ouderdom of financiële tegenspoed. De primaire verantwoordelijkheid voor de sociale zekerheid ligt bij de overheid, maar bedrijven kunnen hier bovenop hun verantwoordelijkheid nemen.

  • Zorg ervoor dat arbeidsomstandigheden voldoen aan wet- en regelgeving en in overeenstemming zijn met internationale arbeidsnormen.
  • Respecteer collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO’s).
  • Neem altijd minimaal de internationale arbeidsnormen in acht.
  • Bied redelijke arbeidsvoorwaarden- en omstandigheden met betrekking tot loon, werk- en rusttijden, vakantie, gezondheid, veiligheid, bescherming van moederschap en werk-privébalans.
  • Respecteer nationale en religieuze tradities van werknemers.
  • Bied lonen die in overeenstemming zijn met nationale wetten, regelgeving of CAO’s. Betaal tenminste voldoende om arbeiders te voorzien in hun behoefte en die van hun gezinnen. Houd hierbij rekening met het loonniveau in het land, de kosten van levensonderhoud en de levensstandaard. Onderhandel hierover desgewenst met arbeidskrachten of hun vertegenwoordigers.
  • Zorg altijd voor een gelijke betaling voor gelijkwaardig werk.
  • Betaal lonen direct aan arbeidskrachten, behoudens wettelijk of via de CAO vastgestelde inhoudingen.
  • Respecteer het recht van arbeidskrachten om zich te houden aan normale of overeengekomen werktijden.
  • Bied wekelijkse rusttijden en een jaarlijkse betaalde vakantie.
  • Zorg ervoor dat werknemers een goede balans tussen werk en privé kunnen hebben, door te zorgen voor redelijke werktijden, ouderschapsverlof, indien mogelijk kinderopvang en andere faciliteiten. Zorg ervoor dat dat soort voorzieningen minimaal vergelijkbaar zijn met andere werkgevers in de omgeving.
  • Compenseer arbeidskrachten overeenkomstig wet- en regelgeving voor overwerk. Houd bij overwerk rekening met de belangen, veiligheid en het welzijn van arbeidskrachten. Verplicht en niet-gecompenseerd overwerk is verboden.

Sociale dialoog

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.4.5]

Sociale dialoog vindt plaats tussen de overheid, werkgevers en werknemers en gaat over economische en maatschappelijke onderwerpen van algemeen belang (denk bijvoorbeeld aan de dialoog over pensioenleeftijd). Het is belangrijk dat de deelnemende partijen aan de dialoog onafhankelijk kunnen optreden. Vertegenwoordigers van werknemers kunnen daarom nooit door de overheid of door werkgevers worden aangewezen. Ze worden gekozen door werknemers of leden van vakbonden. Sociale dialoog kan ook op organisatieniveau plaatsvinden tussen de werkgever en de werknemers, bijvoorbeeld via een ondernemingsraad.

Bij sociale dialoog is het belangrijk dat de verschillende partijen elkaars belangen erkennen. Deze zijn soms in overeenstemming met elkaar, maar kunnen ook strijdig zijn. Een doeltreffende dialoog helpt om samen oplossingen te vinden voor tegengestelde belangen en is hiermee een zinvol instrument voor de organisatie en de maatschappij. Wederzijds begrip en de mogelijkheid van inspraak kunnen geschillen voorkomen en positieve verandering teweegbrengen.

  • Respecteer het recht van werknemers om zich te organiseren en collectief te onderhandelen (bijvoorbeeld in de vorm van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging).
  • Informeer werknemers en andere relevante (overheids)organisaties tijdig als er veranderingen in de werkgelegenheid in uw bedrijf.
  • Zorg dat vertegenwoordigers van werknemers toegang hebben tot de werknemers die zij vertegenwoordigen, tot hun werkplek en tot voor hen relevante bedrijfsinformatie.
  • Werk niet actief mee met overheden die de rechten van werknemers beperken of niet juist handhaven. Moedig overheden nooit aan om arbeidsrechten te beperken.
  • Neem indien gewenst deel aan de sociale dialoog via werkgeversorganisaties.

Gezondheid en veiligheid op het werk

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.4.6]

Duidelijke normen op het gebied van gezondheid en veiligheid bevorderen de prestaties van de organisatie. Bedrijven kunnen invulling geven aan dit onderwerp door de gezondheid en veiligheid van werknemers te bevorderen. Gezondheid en veiligheid gaat over zowel fysieke als mentale en sociale gezondheid en veiligheid. Ook het voorkomen van werkgerelateerde ongelukken en gezondheidsrisico’s vallen onder dit onderwerp.

Werknemers hebben op het gebied van gezondheid en veiligheid de volgende rechten:

  • Het recht op informatie over gezondheid en veiligheid op de werkplek.
  • Het recht om werk te weigeren dat gevaarlijk is voor de gezondheid voor zichzelf of voor die van anderen.
  • Het recht extern advies in te winnen over gezondheid en veiligheid.
  • Het recht om gezondheids- en veiligheidsissues te melden bij bevoegde instanties.
  • Het recht om actief mee te werken aan onderzoek naar veiligheid en gezondheid.
  • Ontwikkel een gezondheids- en veiligheidsbeleid. Betrek hier ook werknemers bij.
  • Breng risico’s in kaart en onderneem stappen om deze te verkleinen.
  • Communiceer met werknemers over veilige werkwijzen en zorg ervoor dat ze de juiste procedures volgen.
  • Tref de nodige veiligheidsvoorzieningen. Denk aan persoonlijke beschermingsmiddelen en een calamiteitenplan. Deze voorzieningen mogen geen kosten voor werknemers met zich meebrengen.
  • Registreer gezondheids- en veiligheidsincidenten.
  • Geef speciale aandacht aan de veiligheid en gezondheid van werknemers met bijzondere omstandigheden, zoals mensen met een handicap of onervaren werknemers.
  • Vermijd psychologische risico’s op de werkplek, die spanning of ziekte met zich mee kunnen brengen.

Persoonlijke ontwikkeling en training op de werkplek

[NEN:ISO 26000 – 6.4.7]

Bedrijven kunnen een rol spelen in de ontwikkeling van werknemers op persoonlijk vlak en hen helpen hun functioneren te verbeteren. Creativiteit, productiviteit, zelfrespect, het behoren tot een gemeenschap en het leveren van een bijdrage aan de maatschappij zijn belangrijke onderdelen van persoonlijke ontwikkeling. Bedrijven kunnen de persoonlijke ontwikkeling van werknemers bevorderen door voor hen belangrijke onderwerpen aan de orde te stellen. Denk bijvoorbeeld aan werkprivé balans of diversiteitsbeleid. Ook kunnen zij initiatieven nemen om de capaciteiten van werknemers en hun inzetbaarheid te vergroten.

  • Bied alle werknemers kansen om hun vaardigheden te ontwikkelen, training en opleiding te volgen en hun carrière te ontwikkelen.
  • Bied werknemers die hun baan kwijtraken training en advies bij het vinden van nieuw werk.
  • Onderneem activiteiten die de gezondheid en het welzijn van medewerkers bevorderen.

4. Milieu

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.5]

Het thema milieu omvat een breed scala aan onderwerpen. Denk aan uitputting van natuurlijke hulpbronnen, vervuiling, klimaatverandering, vernietiging van natuurlijke leefgebieden, verlies van soorten en de ineenstorting van ecosystemen. Bevolkingsgroei en toenemende consumptie zorgen ervoor dat het milieuprobleem een grote bedreiging vormt voor de gezondheid van mensen en het welzijn in de samenleving.

Ieder bedrijf heeft effect op het milieu, onder andere door het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en het veroorzaken van afval en vervuiling. Het is de verantwoordelijkheid van bedrijven om te streven naar een verbetering van de milieuprestaties, ook als dit niet is vastgelegd in wet- en regelgeving.  Bedrijven moeten een geïntegreerde aanpak ontwikkelen om negatieve effecten op het milieu zoveel mogelijk te voorkomen. Milieumanagementsystemen zoals ISO 14000 kunnen hierbij een goed hulpmiddel zijn.

Bij het thema milieu is de voorzorgsbenadering van belang. Deze betekent dat een bedrijf bij het maken van beslissingen niet alleen kijkt naar kortetermijngevolgen voor het milieu, maar ook naar de gevolgen op lange termijn. Neem geen beslissingen die onomkeerbare of ernstige milieuschade tot gevolg hebben, ook al zorgen ze op de korte termijn voor de goedkoopste oplossing! Om de voorzorgsbenadering goed toe te kunnen passen moet een bedrijf milieurisicoanalyses maken. Hierbij wordt in kaart gebracht welke effecten voorgenomen maatregelen hebben op het milieu. Ook worden risico’s voor gezondheid, milieu en veiligheid bij incidenten (bijvoorbeeld een fabrieksbrand) in kaart gebracht.

Kosten die gepaard gaan met milieuvervuiling komen voor rekening van het bedrijf zelf: de vervuiler betaalt. Van bedrijven wordt dan ook verwacht dat zij deze kosten kwantificeren en internaliseren. Bij voorkeur richten deze kosten zich op het voorkomen van milieuvervuiling en niet op de kosten voor het bestrijden van de effecten.

Voorbeeld: het heeft de voorkeur om als bedrijf maatregelen te nemen om de uitstoot van CO2 te verminderen, in plaats van de uitstoot achteraf te compenseren. Kijk dus altijd eerst naar mogelijkheden om effecten op het milieu te verkleinen en pas daarna naar het achteraf bestrijden van de effecten.  

Levenscyclusbenadering, eco-efficiëntie, het gebruik van milieuvriendelijke technologie, duurzaam inkopen en het overdragen van kennis over milieu zijn centrale onderdelen bij het thema milieu.

Duurzaam gebruik van hulpbronnen

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.5.4]

Duurzaam gebruik van hulpbronnen gaat over het beperken van het gebruik van energie, water, grondstoffen en materialen. Hulpbronnen kunnen zowel hernieuwbaar als niet-hernieuwbaar zijn. Het is belangrijk dat bedrijven niet meer hulpbronnen gebruiken dan dat de aarde kan vervangen. Zo wordt de aarde niet uitgeput en zijn er ook in de toekomst voldoende hulpbronnen beschikbaar. Een bedrijf kan hulpbronnen duurzaam inzetten door ze efficiënter te gebruiken en door niet-hernieuwbare bronnen te vervangen door hernieuwbare.

  • Breng  in kaart welke hulpbronnen uw bedrijf gebruikt, meet de hoeveelheid hiervan en rapporteer hierover.
  • Neem maatregelen om het gebruik van hulpbronnen te verminderen, door telkens te zoeken naar efficiëntieverbeteringen.
  • Vervang niet-hernieuwbare hulpbronnen door hernieuwbare hulpbronnen.
  • Maak zo veel mogelijk gebruik van gerecyclede materialen en hergebruik water.
  • Vraag uw leveranciers hoe zij met hulpbronnen omgaan.
  • Geef klanten tips om duurzaam om te gaan met uw producten.

Mitigatie van en adaptie aan klimaatverandering

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.5.3]

Dit onderwerp gaat over de directe en indirecte uitstoot van broeikasgassen koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O). Het is belangrijk dat bedrijven rekening houden met de uitstoot van broeikasgassen, omdat de uitstoot van broeikasgassen bijdraagt aan klimaatverandering. Ieder bedrijf stoot broeikasgassen uit én krijgt te maken met de gevolgen van klimaatverandering. Bedrijven moeten daarom zowel hun uitstoot minimaliseren (mitigatie) als zich aanpassen aan het veranderende klimaat (adaptie).

  • Breng in kaart wat de bronnen zijn van broeikasgasemissies die u uitstoot. Denk aan brandstofgebruik, energieverbruik, verwarming, ventilatie, etc.
  • Houd bij gebruik van land rekening met de invloed hiervan op broeikasgasemissies (bomen nemen bijvoorbeeld CO2 op, terwijl koeien methaan uitstoten).
  • Meet hoeveel broeikasgassen u uitstoot en rapporteer hierover.
  • Neem maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Houd hierbij rekening met de hele levenscyclus (bijvoorbeeld maatregelen die energieverbruik tijdens het gebruik van een product verminderen, maar bij de productie meer broeikasgas uitstoot veroorzaken).
  • Stimuleer deze maatregelen ook bij uw leveranciers en/of klanten.
  • Compenseer de resterende uitgestoten broeikasgassen.
  • Maak een inschatting van het toekomstige (lokale) klimaat, zodat u hierop in kunt spelen
  • Kijk waar de kansen liggen om schade aan het klimaat te minimaliseren of om aan te passen aan het veranderende klimaat (bijvoorbeeld het ontwikkelen van landbouwtechnieken voor extremere weersomstandigheden).

Bescherming van het milieu, biodiversiteit en herstel van natuurlijke leefgebieden

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.5.3]

De snel groeiende vraag naar natuurlijke hulpbronnen heeft tot gevolg dat natuurlijke leefgebieden verloren gaan en de diversiteit van leven op aarde afneemt. Dit veroorzaakt verstoringen in ecosystemen. Dat is zorgelijk, omdat ecosystemen voedsel, water en brandstof leveren. Daarom is het belangrijk dat ook bedrijven biodiversiteit en ecosystemen beschermen, land en hulpbronnen duurzaam gebruiken en stedelijke en landelijke gebieden milieuverantwoord ontwikkelen.

  • Breng in kaart welke negatieve effecten uw bedrijf heeft op biodiversiteit, of welke ecosystemen uw bedrijf verstoort (denk bijvoorbeeld aan de uitputting van grond, bedreiging van zeldzame diersoorten en voedselketens, of verstoring van landschap door boskap of bouwwerkzaamheden).
  • Neem maatregelen om deze effecten te minimaliseren.
  • Draag bij aan het herstellen van verstoorde ecosysteemdiensten.
  • Compenseer de resterende schade.
  • Koop materialen en grondstoffen in bij producenten die gebruik maken van duurzame technologie en processen.
  • Houd rekening met het welzijn van wilde dieren en bescherm hun leefgebieden.
  • Neem, indien van toepassing, deel aan marktmechanismen die de milieukosten internaliseren in de prijs van producten. Op deze manier geeft u een economische waarde aan ecosystemen en voorkomt u uitputting ervan (denk bijvoorbeeld aan CO2-emissiehandel).

5. Eerlijk zakendoen

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.6]

Eerlijk zakendoen gaat over ethisch gedrag in de samenwerking van bedrijven met zakelijke relaties, zoals leveranciers, klanten, concurrenten en overheidsinstellingen. Dit ethisch gedrag is belangrijk voor het aangaan en onderhouden van productieve en legitieme relaties. Eerlijk zakendoen is gebaseerd op eerlijkheid, rechtvaardigheid en integriteit.

Anticorruptie

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.6.3]

Corruptie is het misbruiken van macht voor uw eigen gewin – denk aan omkoping, fraude, belangenverstrengeling en verduistering. Omdat corruptie kan leiden tot schending van de mensenrechten, uitholling van politieke processen en een scheve verdeling van welvaart, is het belangrijk om het te vermijden.

  • Breng in kaart waar u risico loopt om met corruptie in aanraking te komen.
  • Ontwikkel een beleid waarin staat hoe u en uw medewerkers moeten handelen als ze in een dergelijke situatie terecht komen.
  • Toon leiderschap in anticorruptie: geef als leiding het goede voorbeeld en moedig naleving van het anticorruptiebeleid aan.
  • Train uw medewerkers en vertegenwoordigers in het herkennen van corruptie en in hoe zij hiermee om moeten gaan. Beloon goed gedrag.
  • Zorg ervoor dat uw medewerkers de juiste beloning krijgen voor hun werk.
  • Zorg ervoor dat corruptie gemeld kan worden, zonder angst voor represailles (bijvoorbeeld door een klokkenluidersregeling).
  • Meld schendingen van het strafrecht bij rechtshandhavingsinstanties.
  • Moedig anticorruptie aan bij organisaties waar u zaken mee doet.

Verantwoorde politieke betrokkenheid

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.6.4]

Bedrijven kunnen invloed uitoefenen op de politiek en de ontwikkeling van openbaar beleid. Het is belangrijk om deze invloed in positieve zin te gebruiken door beleid te stimuleren dat de maatschappij ten goede komt. Anderzijds is het belangrijk negatieve invloed die het politieke proces ondermijnt, zoals manipulatie, belangenverstrengeling en intimidatie, te vermijden.

  • Maak uw medewerkers bewust van hun invloed op politieke processen.
  • Train uw medewerkers in het omgaan met belangenverstrengeling.
  • Wees transparant over uw lobbyactiviteiten en uw politieke betrokkenheid.
  • Stel gedragregels op voor medewerkers die zijn aangenomen voor lobbyactiviteiten.
  • Vermijd belangenverstrengeling of de verdenking daarvan.

Eerlijke concurrentie

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.6.5]

Eerlijke concurrentie heeft veel positieve effecten. Concurrentie draagt namelijk bij aan innovatie, kostenverlaging, gelijke kansen en een snellere economische groei. Het verdrijven van concurrenten uit de markt en het misbruiken van een economische machtspositie wordt anti-concurrentiegedrag genoemd en is de tegenhanger van eerlijke concurrentie. Er bestaan verschillende vormen van anti-concurrentiegedrag – denk aan prijsafspraken en kartelvorming, het hanteren van extreem lage prijzen en het opleggen van oneerlijke sancties aan concurrenten. Vanwege de voordelen die concurrentie met zich meebrengt, is het belangrijk dat bedrijven op een eerlijke wijze met elkaar concurreren.

  • Leef de mededingingswet na.
  • Ontwikkel procedures om niet betrokken te raken bij anticoncurrentie.
  • Train uw medewerkers op het gebied van mededingingswetgeving.
  • Ondersteun beleid en werkwijzen gericht op kartelverboden en anti-dump.
  • Maak geen misbruik van maatschappelijke omstandigheden zoals armoede om concurrentievoordeel te behalen.

MVO bevorderen in de keten

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.6.6]

Bedrijven kunnen MVO stimuleren bij hun leveranciers. Door bijvoorbeeld duurzaamheidseisen te stellen aan uw leveranciers, kunt u hen stimuleren de negatieve effecten van hun handelen te verkleinen, of de positieve effecten van hun handelen te vergroten. Door eisen te stellen aan leveranciers vergroten bedrijven de vraag naar duurzame producten en diensten.

  • Stel duurzaamheidseisen aan uw leveranciers.
  • Moedig andere organisaties aan dit ook te doen.
  • Monitor uw leveranciers op het gebied van MVO.
  • Ondersteun leveranciers bij het voldoen aan uw duurzaamheidscriteria.
  • Vergroot het MVO-bewustzijn bij uw relaties.
  • Geef leveranciers de ruimte om tijd en geld te investeren voor het behalen van hun MVO-doelen. Bijvoorbeeld door hen eerlijke prijzen en stabiele contracten te garanderen.

Respect voor eigendomsrechten

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.6.7]

Recht op eigendom gaat zowel over fysiek eigendom als intellectueel eigendom. Het erkennen van recht op eigendom betekent bijvoorbeeld dat bedrijven niet stelen, vervalsen of copyrights schenden. Het is belangrijk eigendomsrechten te erkennen, omdat dit investeringsgedrag en innovatie stimuleert, en bijdraagt aan economische bescherming.

  • Vermijd activiteiten waarbij eigendomsrechten worden geschonden, bijvoorbeeld door vervalsing of plagiaat.
  • Onderzoek of u rechtmatig eigenaar bent van alles wat u gebruikt of verkoopt.
  • Betaal een redelijke vergoeding voor eigendom dat u gebruikt.
  • Houd rekening met de verwachtingen van stakeholders bij de bescherming van eigendomsrechten.

6. Consumentenonderwerpen

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.7]

Waar ‘eerlijk zakendoen’ gaat over ethisch gedrag in de relatie met B2B-contacten, gaat dit thema over ethisch gedrag in relatie met B2C-contacten (die in de praktijk natuurlijk ook van toepassing kunnen zijn op B2B-contacten). Dit deel van ISO 26000 is grotendeels gebaseerd op de principes van UN Guidelines for Consumer Protection. Bij dit kernthema staan consumentenrechten en het bevorderen van duurzame consumptie centraal.

Bedrijven die producten en diensten verkopen aan consumenten hebben hierbij horende verantwoordelijkheden. Voorbeelden zijn het geven van voorlichting en nauwkeurige informatie, bevordering van duurzame consumptie, eerlijke marketing en het beschermen van privacy.

Eerlijke marketing, informatie en werkwijzen bij het sluiten van contracten

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.7.3]

Het is belangrijk dat consumenten duidelijke en eerlijke informatie hebben over producten en diensten. Op deze manier kunnen zij een geïnformeerde beslissing nemen over de aankoop en consumptie van het product/ dienst. Het gaat hier ook over informatie over hoe het product/ dienst tot stand is gekomen en de eventuele negatieve effecten die hiermee gepaard gaan (denk aan milieuschade of mensenrechtenschendingen). Bovendien gaat dit onderwerp over eerlijke contracten zonder kleine lettertjes.

  • Geef consumenten geen informatie die misleidend, onduidelijk of dubbelzinnig is. Laat ook geen belangrijke informatie weg.
  • Stel consumenten in staat uw product te vergelijken met andere producten.
  • Geef in uw communicatie duidelijk aan wanneer het over reclame of marketing gaat.
  • Geef duidelijkheid over de prijs, inclusief eventuele extra kosten, belastingen, bepalingen een voorwaarden.
  • Onderbouw beweringen over uw product/ dienst met onderliggende feiten of informatie.
  • Maak geen gebruik van uitingen die stereotypering in stand houden.
  • Richt uw marketingcampagnes niet ongegrond op kwetsbare groepen zoals kinderen.
  • Geef volledige, nauwkeurige en begrijpelijke informatie over:
    • alle belangrijke aspecten van uw product/dienst gedurende de hele levenscyclus;
    • de – objectief vastgestelde – kwaliteitsaspecten van uw product/dienst;
    • hoe het product gezond en veilig gebruikt kan worden;
    • de contactgegevens van uw organisatie en/of vestigingen.
  • Bied contracten aan die zijn geschreven in duidelijke, leesbare en begrijpelijke taal.
  • Hanteer eerlijke contractvoorwaarden.
  • Geef in het contract duidelijk aan wat de voorwaarden, de kosten, de duur van het contract en de annuleringsperiode zijn.

Consumentenveiligheid en -gezondheid

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.7.4]

Het is belangrijk dat producten en diensten veilig en gezond zijn voor consumenten. Daarbij is het ook belangrijk om te anticiperen op mogelijke risico’s op schade of gevaar bij het gebruik van het product/ de dienst. 

  • Lever producten en diensten die veilig zijn voor gebruikers en hun omgeving.
  • Ga hierin verder dan de minimum veiligheids- en gezondheidseisen voorschrijven. Zeker als hogere eisen een aanzienlijk betere bescherming opleveren.
  • Ontwikkel een procedure die in gang kan worden gezet als onverhoopt toch een onveilig product op de markt is gekomen. Denk aan een procedure voor het terugroepen van deze producten en het bereiken van de mensen die het product gekocht hebben.
  • Minimaliseer de risico’s al bij het ontwerp van het product door:
    • goed in kaart te brengen wie het product/ dienst gaan gebruiken en onder welke omstandigheden.
    • een inschatting te maken van de gevaren per gebruikersgroep, de verschillende fasen van gebruik van het product en de omstandigheden waaronder het wordt gebruikt.
    • producten/ diensten op maat te maken voor bepaalde kwetsbare gebruikersgroepen.
    • de producten veilig te ontwerpen, beschermende hulpmiddelen te bieden en voldoende informatie aan gebruikers te bieden.
  • Zorg ervoor dat informatie over de veiligheid en gezondheid van het product goed beschikbaar is voor de gebruiker. Houd hierbij rekening met de verschillende capaciteiten van de consument. Gebruik hiervoor waar mogelijk (internationale) veiligheidssymbolen als aanvulling op de tekstuele informatie.
  • Geef informatie over hoe het product veilig gebruikt kan worden en waarschuw voor de risico’s.
  • Vermijd bij de productontwikkeling het gebruik van schadelijke chemicaliën, of maak duidelijk zichtbaar dat er schadelijke chemicaliën zijn gebruikt.
  • Maak een inschatting van de gezondheidsrisico’s van nieuw te introduceren producten en diensten en communiceer hierover.
  • Neem maatregelen om te voorkomen dat producten onveilig worden gebruikt.

Duurzame consumptie

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.7.5]

Het huidige tempo van consumeren zorgt voor milieuschade en uitputting van grondstoffen: er wordt in hoog tempo meer van de aarde gevraagd dan ecosystemen kunnen aanleveren. Zie hiervoor ook het thema milieu. Daarom is het belangrijk om duurzaam te consumeren. De zorg voor dierenwelzijn valt ook onder duurzame consumptie. Bedrijven kunnen bijdragen aan duurzame consumptie door duurzame producten aan te bieden, waarbij rekening wordt gehouden met de hele levenscyclus en de keten. Ook is het belangrijk voldoende informatie te verstrekken over duurzame producten.

  • Geef voorlichting over de gevolgen van het gebruik van uw product/ dienst op het milieu en adviseer over minder milieubelastende consumptiepatronen.
  • Bied producten of diensten aan die over de hele levenscyclus voordelen hebben voor maatschappij en milieu.
  • Bied duurzamere alternatieven aan.
  • Ontwerp producten zo dat ze makkelijk kunnen worden hergebruikt, gerepareerd of gerecycled.
  • Bied producten met hoge kwaliteit en lange levensduur aan.
  • Geef betrouwbare informatie over de impact van de productie en het product op maatschappij en milieu.
  • Maak gebruik van onafhankelijke keurmerken om positieve milieuaspecten bekend te maken.

Dienstverlening en klachtenafhandeling

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.7.6]

Dit onderwerp gaat over de service aan consumenten nadat een product/ dienst is gekocht. Denk aan installatie, garantie, onderhoud, reparatie en de mogelijkheid om te ruilen of een klacht in te dienen.

  • Voorkom klachten door producten en diensten aan te bieden van hoge kwaliteit.
  • Bied bij klachten de mogelijkheid het product binnen een bepaalde tijd terug te brengen of zoek naar een andere passende oplossing voor de klacht.
  • Voer bij klachten verbeteringen door om herhaling te voorkomen.
  • Bied een garantie aan die past bij de levensduur van het product – bij producten met een langere levensduur past een langere garantie.
  • Geef duidelijke informatie aan consumenten over uw dienstverlening en klachtenprocedure.
  • Bied consumenten goede ondersteuning na de aanschaf van uw product/dienst.
  • Bied onderhoud en reparatiemogelijkheden aan tegen een redelijke prijs en via goed bereikbare plaatsen en informeer consumenten hierover.
  • Baseer geschiloplossingen op nationale en internationale normen. Zorg ervoor dat geschillen kosteloos of tegen minimale kosten voor de consument worden opgelost.
  • Dwing consumenten niet om afstand te doen van hun rechten op juridische verhaalmogelijkheden.

Privacy en gegevensbescherming van consumenten

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.7.7]

Dit onderwerp gaat over het verkrijgen, gebruiken en beschermen van informatie van consumenten. De toename van digitale communicatie en daarmee de groei van grootschalige databases met consumentengegevens, vergroot het belang om de privacy van consumenten te beschermen. Met het oog op geloofwaardigheid en consumentenvertrouwen, is belangrijk om zorgvuldig met gegevens van klanten om te gaan en te voorkomen dat de privacy wordt geschonden bij het verzamelen en verwerken van persoonlijke gegevens.

  • Verzamel alleen persoonlijke gegevens die u nodig hebt voor het leveren van uw product/dienst. 
  • Verzamel alleen persoonlijke gegevens waar de consument weet van heeft en waarvoor expliciet toestemming is gegeven. 
  • Gebruik de consumentengegevens niet voor andere doelen dan met de consument afgesproken.
  • Verzamel gegevens alleen via wettige en eerlijke methoden.
  • Geef consumenten de mogelijkheid te bekijken welke informatie u over hen hebt en wijzig op verzoek hun gegevens.
  • Beveilig de persoonlijke gegevens die u van consumenten heeft.
  • Communiceer over hoe u met persoonlijke gegevens omgaat en wat u met de gegevens doet.
  • Maak iemand in de organisatie verantwoordelijk voor de gegevensbescherming en maak bekend wie dit is.

Toegang tot basisvoorzieningen

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.7.8]

Iedereen heeft recht op basisvoorzieningen, zoals elektriciteit, gas, water, afvalwatervoorziening, afwatering, riolering en communicatie. De overheid is hier eerstverantwoordelijk voor, maar er zijn veel situaties en gebieden waar de overheid dit recht niet kan garanderen. Bedrijven kunnen er dan aan bijdragen om het recht op basisvoorzieningen te verwezenlijken.

  • Sluit basisvoorzieningen niet meteen af wanneer een consument niet op tijd betaalt, maar bied de mogelijkheid om binnen redelijke termijn alsnog te betalen.
  • Ga niet over tot een collectieve afsluiting van basisvoorzieningen, waarbij alle consumenten, ongeacht hun betaalgedrag gedupeerd worden. 
  • Bied mensen die in nood verkeren een tarief aan dat voor hen betaalbaar is.
  • Maak transparant hoe u prijzen en kosten vaststelt. 
  • Lever dezelfde kwaliteit en dienstverlening aan alle consumenten.
  • Behandel beperkingen of onderbreking van de levering van basisvoorzieningen voor alle groepen consumenten gelijk. Vermijd het voortrekken of benadelen van bepaalde groepen. 

Voorlichting en bewustzijn

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.7.9]

Dit onderwerp gaat over het in staat stellen van consumenten om goed geïnformeerde aankoopbeslissingen te nemen en hen bewust te maken van hun rechten en verantwoordelijkheden. Voorlichting en bewustzijn zorgen ervoor dat consumenten duurzame producten en diensten kunnen onderscheiden en hun inkoopbeslissingen hierop kunnen baseren. De verantwoordelijkheid van bedrijven voor voorlichting en bewustzijn geldt voor alle consumenten, dus ook voor degenen die minder makkelijk toegang tot informatie hebben, bijvoorbeeld omdat zij niet of slecht kunnen lezen. 

  • Geef voorlichting over de gezondheid, veiligheid en gevaren uw product.
  • Geef informatie over manieren om schadeloosstelling te krijgen en verwijs naar organisaties die zich inzetten voor consumentenbescherming.
  • Zorg ervoor dat uw product een duidelijke handleiding/ instructie heeft.
  • Geef duidelijkheid in de etikettering van uw product
  • Geef informatie over de maten en gewichten, prijzen, kwaliteit, kredietvoorwaarden en beschikbaarheid van uw product.
  • Geef duidelijkheid over de risico’s die zijn verbonden aan het gebruik van het product/dienst en de voorzorgsmaatregelen die consumenten zouden moeten nemen.
  • Geef informatie over de duurzaamheid van het product/ dienst.
  • Geef duidelijkheid over hoe de verpakking, het afval of het product weggegooid moet worden.

7. Maatschappelijke betrokkenheid

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.8]

Als bedrijf maakt u onderdeel uit van de gemeenschappen waarin u actief bent. Uw betrokkenheid bij deze gemeenschappen draagt bij een sterke samenleving en de leefbaarheid en ontwikkeling van de gemeenschap. Bedrijven kunnen een bijdrage leveren aan de gemeenschap door werkgelegenheid te creëren, werknemersvrijwilligerswerk mogelijk te maken, sociale investeringen te doen, opleidings- en trainingsprogramma’s te bieden en bij te dragen aan cultuurbehoud. Welke activiteiten worden ondernomen, hangt af van wat de gemeenschap nodig heeft en wat een organisatie kan bieden (zoals kennis, middelen en capaciteiten).

Bedrijven die willen bijdragen aan de gemeenschap horen zichzelf niet als apart van deze gemeenschap te zien, maar als onderdeel van de gemeenschap. Dit betekent ook dat een bedrijf respecteert dat leden van de gemeenschap rechten hebben om beslissingen te nemen over hun gemeenschap. Betrokken zijn betekent ook respect hebben voor de cultuur, godsdienst, tradities en geschiedenis van de gemeenschap en het erkennen van de waarde van samenwerking. Als onderdeel van een gemeenschap behoort een bedrijf in tijden van crisis te bekijken welke stappen zij kan nemen om de situatie voor leden van de gemeenschap te verlichten.

Betrokkenheid bij de gemeenschap

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.8.3]

Dit onderwerp gaat over de betrokkenheid van organisaties bij de gemeenschap. Door zich actief in te zetten in de gemeenschap weet een organisatie wat er speelt en kan zij een positieve bijdrage leveren aan de gemeenschap. Denk aan het voorkomen en oplossen van problemen en het aangaan van partnerschappen met lokale organisaties. Het is belangrijk dat een organisatie betrokken is bij de gemeenschap, zodat zij ook weet wat de behoeften en prioriteiten zijn en hier met de bedrijfsactiviteiten op in kan spelen.

  • Raadpleeg representatieve groepen uit de gemeenschap als u prioriteiten gaat stellen voor het doen van maatschappelijke investeringen en activiteiten.
  • Informeer gemeenschappen als u activiteiten gaat ondernemen die hen raken.
  • Betrek uzelf bij lokale verenigingen om daar een bijdrage te leveren.
  • Wees transparant over uw relaties met lokale overheidsfunctionarissen en politieke vertegenwoordigers.
  • Stimuleer het doen van vrijwilligerswerk bij werknemers dat een bijdrage levert aan de gemeenschap.
  • Draag bij aan ontwikkelingsprogramma´s voor de gemeenschap.

Opleiding en cultuur

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.8.4]

Dit onderwerp gaat over het behoud en bevordering van cultuur en opleiding. Het is belangrijk dat bedrijven bijdragen aan behoud en bevordering van opleiding en cultuur, omdat dit de basis is voor maatschappelijke en economische ontwikkeling van een gemeenschap.

Een bedrijf kan bijdragen aan bijvoorbeeld kwalitatief goed onderwijs voor gediscrimineerde groepen, het bestrijden van analfabetisme, het tegengaan van kinderarbeid, het bevorderen van toegang tot formeel onderwijs, culturele activiteiten die de positie van historisch achtergestelde groepen versterken, scholing over mensenrechten en bevordering van traditionele kennis van inheemse volken.

  • Help mee met het verbeteren van kwaliteit van en toegang tot opleiding, met name voor kwetsbare en gediscrimineerde groepen.
  • Draag eraan bij dat kinderen een officiële opleiding kunnen volgen
  • Bevorder culturele activiteiten.
  • Help cultureel erfgoed te behouden en te beschermen, vooral als uw bedrijf hier met zijn activiteiten effect op heeft.
  • Bevorder het toepassen van traditionele kennis en technologieën (ambachten).

Het scheppen van werkgelegenheid en het ontwikkelen van vaardigheden

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.8.5]

Dit onderwerp gaat over ‘werk’: zowel over het scheppen van werkgelegenheid als over het ontwikkelen van vaardigheden en het begeleiden van mensen naar passend werk. Het is belangrijk dat bedrijven hieraan bijdragen, omdat werkgelegenheid bijdraagt aan economische en maatschappelijke ontwikkeling en aan het verminderen van armoede.

  • Breng de impact van uw activiteiten op de werkgelegenheid in kaart en investeer waar mogelijk in armoedebestrijding door het scheppen van werkgelegenheid.
  • Houd rekening met het effect op de werkgelegenheid bij het automatiseren van processen.
  • Maak een afweging van de gevolgen van outsourcing op werkgelegenheid binnen en buiten uw bedrijf.
  • Houd rekening met de voordelen van het aannemen van werknemers boven het gebruik maken van tijdelijke contracten.
  • Draag zorg voor de ontwikkeling van vaardigheden van mensen in de gemeenschap. Neem bijvoorbeeld deel aan leerwerktrajecten of programma’s voor levenslang leren, of ontwikkel zelf zo’n traject. Besteed hierin ook aandacht aan mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt.

Ontwikkeling van en toegang tot technologie

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.8.6]

Dit onderwerp gaat over volledige en veilige toegang tot moderne technologie. Het is belangrijk dat bedrijven helpen technologie toegankelijk te maken voor de gemeenschap, omdat (informatie) technologie aan de basis staat van veel economische activiteiten. Toegang tot technologie draagt bij aan gelijkheid tussen landen, regio’s, generaties en geslachten.

  • Ontwikkel innovatieve technologie die helpt om maatschappelijke- of milieuproblemen in lokale gemeenschappen op te lossen.
  • Ontwikkel goedkope technologie die makkelijk kan worden overgenomen door de lokale gemeenschap.
  • Werk samen met lokale onderzoeksinstellingen en betrek de gemeenschap bij technologische ontwikkeling.
  • Zorg ervoor dat nieuwe ontwikkelingen goed zijn over te dragen en te verspreiden in de lokale gemeenschap, zodat zij de technologie ook kunnen beheren.

Creatie van welvaart en inkomen

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.8.7]

Dit onderwerp gaat over het bevorderen van ondernemerschap in een gemeenschap, het vergroten van de welvaart die hieruit voortkomt en de verdeling ervan. Bedrijven kunnen bijdragen aan een omgeving waar ondernemerschap floreert. Het is belangrijk dat bedrijven bijdragen aan de bevordering van ondernemerschap en eerlijke verdeling van welvaart, omdat zij op deze manier bijdragen aan het verminderen van armoede en bijdragen aan gelijkheid in de gemeenschap. Bedrijven kunnen bijdragen door bijvoorbeeld programma’s te ontwikkelen om (vrouwelijk) ondernemerschap te bevorderen, gebruik te maken van plaatselijke leveranciers of mensen uit de lokale gemeenschap in dienst te nemen.

  • Houd rekening met de economische en maatschappelijke effecten die uw bedrijf heeft op een gemeenschap – ook als u besluit weg te gaan uit een gemeenschap.
  • Kies bij voorkeur voor lokale leveranciers en stimuleer de ontwikkeling van plaatselijke leveranciers.
  • Help lokale bedrijven om binnen de wettelijke kaders te opereren.
  • Stimuleer ondernemerschap bij kwetsbare groepen, zoals vrouwen, door hen te trainen in vaardigheden die hiervoor nodig zijn.
  • Ondersteun de ontwikkeling van ondernemersverenigingen in de gemeenschap.
  • Draag bij aan de pensioenen van medewerkers.
  • Betaal belasting en verstrek correcte informatie op basis waarvan de hoogte van belasting kan worden vastgesteld.

Gezondheid

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.8.8]

Dit onderwerp gaat over het bevorderen van gezondheid, het voorkomen van gezondheidsbedreigingen en ziektes en het beperken van schade aan de gemeenschap. Het is belangrijk dat bedrijven bijdragen aan de gezondheid van mensen in een gemeenschap. Een gezonde gemeenschap kost de publieke sector minder en draagt bij aan een goed economisch en maatschappelijk milieu voor alle organisaties. Gezondheid is een essentiële factor in het leven van mensen en een erkend mensenrecht.

  • Zorg ervoor dat uw producten/diensten en productieprocessen geen negatieve effecten op de gezondheid van mensen in een gemeenschap hebben.
  • Draag bij aan gezondheid van mensen in de gemeenschap. Bijvoorbeeld door bij te dragen aan medicijnen en vaccinatie, of door het stimuleren van een gezonde levensstijl.
  • Draag bij aan het bewustzijn van gezondheidsbedreigingen en veelvoorkomende ziekten.
  • Ondersteun de toegang tot essentiële gezondheidsvoorzieningen en schoon water.

Maatschappelijke investeringen

[ISO 26000 – hoofdstuk 6.8.9]

Dit onderwerp gaat over investeringen in initiatieven die de gemeenschap leefbaarder maken. Denk aan projecten gericht op opleiding, cultuur, gezondheidszorg of infrastructuur. Het is belangrijk dat bedrijven dergelijke maatschappelijke investeringen doen, omdat deze bijdragen aan de economische en maatschappelijke ontwikkeling van de gemeenschap.

  • Zorg ervoor dat maatschappelijke investeringsprojecten bijdragen aan de ontwikkeling van de lokale gemeenschap. U kunt ook bijdragen aan de ontwikkeling van de gemeenschap door producten/ diensten lokaal in te kopen.
  • Voorkom dat een gemeenschap afhankelijk wordt van uw maatschappelijke investeringen
  • Evalueer (ook met de gemeenschap zelf) uw maatschappelijke investeringen regelmatig en bekijk waar u verbeteringen kunt doorvoeren.
  • Werk zoveel mogelijk samen met andere organisaties (NGO’s, overheden, andere investeerders), om synergie in de ondersteuning te benutten.
  • Lever een bijdrage aan programma’s die kwetsbare groepen toegang geven tot basisbehoeften (water, voedsel e.d.).

Implementatie

[ISO 26000 – hoofdstuk 7]

Als is vastgesteld welke maatschappelijke onderwerpen prioriteit hebben voor uw bedrijf, kunt u aan de slag  met deze onderwerpen. Het daadwerkelijk integreren van MVO in de bedrijfsvoering kan belangrijk zijn omdat stakeholders en klanten erom vragen. Maar ook omdat MVO bijdraagt aan kostenbesparing of verbetering van uw imago. Ook de bijdrage aan duurzame ontwikkeling kan een motief zijn. Het is belangrijk om uw motieven helder voor ogen te hebben voordat u het implementatietraject ingaat: deze drijfveer helpt gedurende het hele traject.

Het uiteindelijke doel van dit deel is MVO te integreren in de bedrijfsvoering. Een bekende managementaanpak voor het systematische aanpak hiervoor is de plan-do-check-act-cyclus.

Deze plan-do-check-act-cyclus begint met het formuleren van doelstellingen en plannen van maatregelen, om deze vervolgens uit te voeren. Daarna wordt gecontroleerd of de maatregelen bijdragen aan de doelstellingen en worden eventuele afwijkingen gecorrigeerd en het plan wordt verbeterd. De stappen worden op deze manier periodiek herhaald. Op deze manier vindt ook op het gebied van MVO een continue verbetering plaats.

Hoewel ISO 26000 geen managementsysteemnorm is, zijn verschillende onderdelen van ISO 26000 te herkennen in de managementcyclus. In dit deel worden deze elementen nader toegelicht.

1. Plan

In deze stap maakt u plannen en formuleert u de doelstellingen voor uw bedrijf.
Twee uitgangspunten zijn belangrijk bij het stellen van doelen en het plannen van maatregelen: "invloedssfeer" en "gepaste zorgvuldigheid". Deze twee uitgangspunten bepalen het kader van de doelstellingen.

Invloedssfeer

[ISO 26000 – hoofdstuk 7.3.3]

Met invloedssfeer bedoelt ISO 26000 dat een bedrijf niet alleen bezig moet zijn met MVO binnen zijn eigen organisatie, maar MVO ook kan stimuleren bij andere organisaties. Door invloed uit te oefenen op andere organisaties, kan het bedrijf MVO stimuleren bij zijn omgeving.

  • Neem duurzaamheidscriteria mee in contractuele voorwaarden (denk aan inkoopcriteria).
  • Leg een openbare verklaring over MVO af.
  • Betrek de gemeenschap, politieke leiders en andere stakeholders bij MVO.
  • Hanteer duurzaamheidscriteria bij het nemen van investeringsbeslissingen.
  • Deel uw MVO-kennis.
  • Start een lobby en maak gebruik van uw relaties met media om MVO-bewustzijn te vergroten
  • Geef het goede voorbeeld op het gebied van MVO.
  • Werk samen met leveranciers, klanten of branchegenoten aan duurzaamheidsprojecten.

Gepaste zorgvuldigheid

[ISO 26000 – hoofdstuk 7.3.1]

Met gepaste zorgvuldigheid bedoelt ISO 26000 dat een bedrijf bij het nemen van beslissingen van tevoren moet nagaan welke (potentiële) negatieve gevolgen deze beslissingen kunnen hebben voor stakeholders. Door dit principe toe te passen worden negatieve gevolgen voorkomen of beperkt. Gepaste zorgvuldigheid strekt verder dan alleen uw eigen bedrijf. Soms is het ook nodig om het gedrag van organisaties te beïnvloeden waarmee uw bedrijf een relatie heeft. Bijvoorbeeld wanneer wordt geconstateerd dat deze organisatie mensenrechten schendt en uw eigen bedrijf daar hierdoor bij betrokken wordt. Daarnaast is het bij het afwegen van beslissingen belangrijk dat u de lokale context van een land in ogenschouw neemt.

Met deze twee begrippen en de basisprincipes (zie hoofdstuk 1 van de Wegwijzer) in het achterhoofd, stelt u de missie, visie en strategie vast.

MVO in de missie, visie & strategie

[ISO 26000 – hoofdstuk 7.4.2]

Om MVO succesvol te implementeren, is het belangrijk MVO een integraal onderdeel te maken van de visie, de missie en de strategie. In het vorige deel heeft u bepaald welke MVO-onderwerpen voor u prioriteit hebben. [link prioritering] Dit zijn de onderwerpen waar u ambitie op heeft en waar u doelen op gaat stellen.

  • Kijk bij de prioritaire MVO-onderwerpen (zie hoofdstuk 3 Thema's) welke tips ISO 26000 geeft.
  • Breng in kaart hoe u nu scoort op de prioritaire MVO-onderwerpen.
  • Voeg informatie over uw MVO-ambities op de prioritaire onderwerpen toe aan uw missie en visie.
  • Formuleer specifieke, duidelijke en kernachtige MVO-doelen op de MVO-onderwerpen die prioriteit hebben, en integreer die in systemen, beleid, processen en besluitvorming.
  • Integreer MVO in de bestaande strategieën, doelstellingen en taakstellingen.
  • Stel een gedragscode op waarin de principes voor MVO-handelen staan beschreven (zie hoofdstuk 1 Principes).
  • Betrek uw stakeholders bij het formuleren van uw missie, visie en strategie (zie hoofdstuk 2 Omgeving).

2. Do

In deze stap gaat u de gemaakte plannen verwezenlijken door MVO te integreren in de bedrijfsvoering. Hiervoor is draagvlak nodig, en voldoende competenties. Communiceren over hetgeen u doet hoort ook in deze stap.

Draagvlak en competenties

[ISO 26000 – hoofdstuk 7.4.1]

Om MVO te kunnen integreren in alle activiteiten van een bedrijf is het belangrijk dat het hele bedrijf betrokken is bij MVO. Naast deze betrokkenheid is het belangrijk dat de hele organisatie de kennis en competenties heeft om invulling te geven aan MVO. Medewerkers kunnen bijvoorbeeld kennis van afvalscheiding nodig hebben, of de competenties voor het voeren van een stakeholderdialoog.

Het creëren van draagvlak voor MVO en het ontwikkelen van de benodigde competenties gaat verder dan het betrekken van medewerkers binnen het bedrijf. Ook managers en medewerkers van organisaties in de waardeketen kunnen worden betrokken.

  • Zorg voor MVO-betrokkenheid in de top van de organisatie.
  • Begin bij werknemers en afdelingen die enthousiast zijn over MVO en bouw vanaf daar uit
  • Maak duidelijk wat de voordelen van MVO voor uw bedrijf zijn.
  • Train medewerkers (binnen en buiten uw bedrijf) om hun kennis over MVO-onderwerpen te vergroten.
  • Train medewerkers (binnen en buiten uw bedrijf) om hun MVO-competenties te vergroten
  • Maak hierbij zoveel mogelijk gebruik van de bestaande kennis en vaardigheden van uw medewerkers.
  • Creëer een cultuur van maatschappelijke verantwoordelijkheid waarin worden gemotiveerd een actieve bijdrage aan duurzame ontwikkeling te leveren.
  • Zorg ook voor draagvlak bij uw stakeholders (zie hoofdstuk 2 Omgeving).

Integreren van MVO in besturingsprocessen, systemen en procedures

[ISO 26000 – hoofdstuk 7.4.3]

Omdat elke beslissing die een bedrijf neemt effect heeft op de maatschappij en het milieu, is het belangrijk om hier in al die beslissingen rekening mee te houden. Dat MVO in de missie en visie staat beschreven, wil nog niet zeggen dat er ook daadwerkelijk in alle bedrijfsbeslissingen naar gehandeld wordt. Dit geldt voor alle onderwerpen – en dus ook voor MVO.

Om ervoor te zorgen dat alle processen zijn afgestemd op de MVO-doelstellingen, zijn besturingsprocessen nodig. Deze managementprocessen, systemen en procedures zijn nodig om ervoor te zorgen dat de MVO-missie ook wordt meegenomen in de dagelijkse besluitvorming. Oftewel, dat MVO wordt meegenomen in de inkoopfunctie, investeringsbeslissingen, HR en in andere bedrijfsprocessen.

  • Kijk voor de verschillende onderdelen van uw bedrijf welk effect zij hebben op de MVO-onderwerpen die prioriteit hebben.
  • Stel een aparte afdeling of werkgroep samen die erop let dat MVO wordt meegenomen in de managementprocessen en systemen (als dit past bij de grootte en aard van het bedrijf).
  • Laat MVO een rol spelen in bestaande processen zoals het inkoopproces, investeringsbeslissingen, HRM en andere bedrijfsprocessen.
  • Integreer MVO in de manier waarop het bedrijf wordt bestuurd en waarop besluiten worden genomen en uitgevoerd.

Communiceren over MVO

[ISO 26000 – hoofdstuk 7.5]

Bij MVO is openheid erg belangrijk. Daarom speelt communicatie een grote rol. Communiceren over MVO maakt het gemakkelijker om stakeholders te betrekken en met hen in dialoog te gaan. Door open te communiceren over MVO beantwoordt een bedrijf aan de verwachtingen die er leven in de samenleving. Er zijn veel verschillende manieren om over MVO te communiceren. Denk aan maatschappelijke verslagen, vergaderingen en gesprekken met stakeholders, communicatie met leveranciers over MVO in de inkoopeisen, consumenteninformatie via producten, artikelen over MVO in tijdschriften of nieuwsbrieven, advertenties of andere openbare verklaringen om MVO te promoten, etc.   

Zorg ervoor dat communicatie over MVO:

  • Compleet is: in de informatie komen alle belangrijke activiteiten en de maatschappelijke effecten daarvan aan de orde.
  • Begrijpelijk is: de informatie is voor de doelgroep goed te begrijpen. Het gaat hierbij zowel om het gebruik van de taal van de doelgroep als om de manier waarop de informatie wordt gepresenteerd.
  • Responsief is: in de informatie wordt ingegaan op de belangen van stakeholders.
  • Nauwkeurig is: de informatie is feitelijk juist en bevat voldoende diepgang.
  • Evenwichtig is: de informatie is evenwichtig en eerlijk. Het bedrijf brengt niet alleen goed nieuws naar buiten, maar geeft ook informatie over eventuele negatieve maatschappelijke effecten.
  • Actueel is: het moet daarom altijd duidelijk zijn op welke periode de informatie betrekking heeft.
  • Toegankelijk is: de informatie is beschikbaar voor alle stakeholders.

Het is belangrijk dat een bedrijf regelmatig informatie verstrekt over hoe het omgaat met MVO en wat zijn MVO-prestaties zijn. Steeds meer bedrijven doen dit door middel van een periodiek maatschappelijk verslag. Zo’n verslag kan op verschillende manieren worden vormgegeven, bijvoorbeeld digitaal of in papieren vorm. Soms is het een zelfstandig document, maar het kan ook onderdeel zijn van het algemene jaarverslag.

  • Maak een duurzaamheidverslag waarin u aangeeft wat uw MVO-doelen zijn.
  • Laat hierin ook zien wat uw MVO-prestaties zijn en of hiermee de doelen gehaald zijn.
  • Communiceer over zowel successen als tekortkomingen, en de manieren waarop tekortkomingen worden aangepakt.
  • Betrek uw stakeholders bij de rapportage.

Vergroten van de geloofwaardigheid van de aanpak van en informatie over MVO

[ISO 26000 – hoofdstuk 7.6]

Het is belangrijk dat bedrijven geloofwaardig zijn – ook als het op MVO aankomt. Dit geldt zowel voor de aanpak van MVO (pakt het bedrijf belangrijke zaken wel op een echt ethische manier aan?) als de communicatie erover (zijn de gedane MVO-claims waar?).

  • Betrek stakeholders bij de invoering van MVO en de rapportage hierover.
  • Overweeg certificaten te halen op MVO-deelgebieden. Denk aan milieu- of fairtrade keurmerken of certificering voor productveiligheid. U kunt ook een zelfverklaring ISO 26000 opstellen en deze publiceren op het Publicatieplatform ISO 26000.
  • Vraag onafhankelijke beoordeling van een adviesraad of beoordelingscommissie.
  • Werk samen met collega-bedrijven aan MVO-initiatieven.
  • Rapporteer over de voortgang en tekortkomingen van MVO-prestaties.
  • Zorg ervoor dat deze rapportage over MVO-resultaten vergelijkbaar zijn in de tijd en met die van vergelijkbare organisaties.
  • Geef een verklaring als over sommige MVO-onderwerpen niet wordt gerapporteerd.
  • Laat een onafhankelijke partij meewerken aan de MVO-rapportage.
  • Maak gebruik van de richtlijnen die bestaan rondom rapportage (denk aan de GRI-richtlijnen).

3. Check

Meten en evalueren van de MVO-activiteiten en –prestaties

[ISO 26000 – hoofdstuk 7.7]

In deze stap kijkt u of de doelstellingen uit de planfase zijn gehaald. Dit door de MVO-activiteiten en -prestaties te meten en te evalueren.

Meten

Om te kunnen beoordelen of uw bedrijf efficiënt en effectief invulling geeft aan zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid, heeft u inzicht nodig in de MVO-activiteiten en -prestaties. Dit inzicht kan een bedrijf verkrijgen door de voortgang te monitoren. Er zijn verschillende methoden voor monitoring. Denk aan terugkoppeling van stakeholders, uitvoeren van benchmarks, of het meten aan de hand van indicatoren. Deze indicatoren (KPI’s) kunnen kwantitatief zijn (bijvoorbeeld CO2-uitstoot of ziekteverzuim) of kwalitatief (bijvoorbeeld waarden, principes of houding).

  • Zorg ervoor dat de omvang van de monitoring in lijn is met de omvang en het belang van de activiteiten. Meet het effect van significante activiteiten dus nauwkeurig, en besteed minder aandacht aan weinig significante activiteiten.
  • Geef resultaten die betrouwbaar, nauwkeurig, tijdig beschikbaar en gemakkelijk te begrijpen zijn.
  • Train medewerkers die gegevens moeten verzamelen, zodat zij goed in staat zijn dit te doen.
  • Stem de monitoring (frequentie en indicatoren) af op de behoefte van de stakeholders.

Evalueren

Als een bedrijf inzicht heeft verkregen in de MVO-activiteiten en prestaties, kan het de resultaten ervan beoordelen en vergelijken met de doelstellingen. Hiermee wordt bepaald of MVO-doelstellingen zijn gehaald. Als dit niet het geval is, kan een bedrijf bekijken welke veranderingen het moet doorvoeren om de doelen alsnog te halen. Het is belangrijk om stakeholders ook bij het beoordelen van de MVO-prestaties te betrekken.

Stel uzelf de volgende vragen bij de evaluatie:

  • Zijn de beoogde doelen behaald?
  • Waren het, achteraf gezien, de juiste doelen?
  • Hadden we de juiste strategieën en processen voor de te behalen doelen?
  • Wat werkte goed, en waarom? Wat werkte niet goed, en waarom niet?
  • Wat hadden we beter anders kunnen doen?
  • Zijn alle relevante personen erbij betrokken?

4. Act

Verbeteren

[ISO 26000 – hoofdstuk 7.7.5]

In deze stap stelt u vast hoe u uw MVO-prestaties verder kunt verbeteren.

Op basis van de periodieke evaluatie moet een bedrijf nagaan hoe zijn MVO-prestaties kunnen worden verbeterd. Bedrijven kunnen overleggen met stakeholders om inzicht te krijgen in hoe de omgeving is veranderd, waar nieuwe kansen liggen en of de verwachtingen van stakeholders zijn veranderd. Naar aanleiding hiervan kunnen doelen worden aangepast, nieuwe prioriteiten worden gesteld, of de reikwijdte van de activiteiten vergroten. Het kan nodig zijn om extra middelen aan te trekken om de nieuwe MVO-doelen te verwezenlijken.

  • Verleg met stakeholders om inzicht te krijgen in nieuwe kansen en verwachtingen.
  • Pas (mede op basis van deze gesprekken) indien nodig uw MVO-doelstellingen aan.
  • Neem prestaties op MVO-doelen mee in de beoordeling van managers en leidinggevenden.
  • Overleg met stakeholders om inzicht te krijgen in nieuwe kansen en verwachtingen.
  • Pas (mede op basis van deze gesprekken) indien nodig uw MVO-doelstellingen aan.
  • Neem prestaties op MVO-doelen mee in de beoordeling van managers en leidinggevenden.