Expert

Ook partner worden?

Agenda

donderdag 30 maart 2017 - 13:00 tot 17:00
vrijdag 31 maart 2017 - 11:00 tot 23:00
maandag 3 april 2017 - 09:00 tot dinsdag 4 april 2017 - 16:30

Overheidsbeleid voor MVO

Internationale afspraken

Op internationaal gebied gelden er verschillende richtlijnen voor mensenrechten en arbeidsomstandigheden. Als ondernemer is het belangrijk om deze te kennen en toe te passen in uw organisatie. 

OESO Richtlijnen

De Nederlandse overheid hanteert de OESO-richtlijnen. Deze richtlijnen maken duidelijk wat de Nederlandse overheid (en 41 andere overheden) van bedrijven in het buitenland verwacht, op het gebied van MVO. Ze bieden daarmee een handvat voor bedrijven om met maatschappelijke kwesties als kinderarbeid, milieu en corruptie om te gaan. De rode draad voor de OESO-richtlijnen vormen de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, de ILO-verklaring over de Fundamentele Principes en Rechten op het Werk en het Ruggie-beleidskader.

Het Nationaal Contact Punt voor de OESO-richtlijnen (NCP) bevordert de naleving van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen. Het behandelt meldingen van (regelmatige) schendingen van de richtlijnen door Nederlandse bedrijven.

Mensenrechten & Ruggie-beleidskader

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) omvat dertig basisrechten waaronder het recht op goede arbeidsomstandigheden. De verklaring is opgesteld door de Verenigde Naties en vormt een inspiratiebron voor veel internationale richtlijnen en instrumenten over mensenrechten.

De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) heeft bovenop de UVRM nog eens vier fundamentele arbeidsrechten vastgelegd:

  1. Vrijheid van vakvereniging en het recht op collectief onderhandelen.
  2. Het uitbannen van alle vormen van dwangarbeid en slavernij.
  3. De effectieve afschaffing van kinderarbeid.
  4. Het uitbannen van discriminatie op het werk en in beroep.

In aanvulling op de UVRM heeft speciaal gezant van de VN, John Ruggie, een beleidskader afgeleverd over de rechten van de mens in relatie tot het bedrijfsleven. Het Ruggie-kader is wereldwijd geaccepteerd en opgenomen in de OESO-Richtlijnen. Het kader omvat 3 kernbegrippen:

  1. De plicht van de staat om mensen te beschermen tegen mensenrechtenschendingen door derde partijen (duty to protect).
  2. De maatschappelijke verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven om mensenrechten te respecteren (responsibility to respect).
  3. Het recht van slachtoffers op toegang tot rechtsmiddelen bij schending (access to remedy).

Due diligence = risicomanagement

Volgens het Ruggie-beleidskader heeft een bedrijf de maatschappelijke verantwoordelijkheid om mensenrechten te respecteren (responsibility to respect). Ook moeten zij de mensenrechtenrisico's in hun keten in kaart brengen en verminderen. Dit wordt due diligence genoemd, of MVO-risicomanagement. Het Ruggie-kader bevat een handreiking waarmee bedrijven hun ketenverantwoordelijkheid vorm kunnen geven.

MVO Nederland heeft in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken een handige tool ontwikkeld waarmee bedrijven kunnen inschatten welke risico's zij wereldwijd lopen door de productie van en/of handel in allerlei producten en diensten: de MVO Risico Checker (ook in het Engels beschikbaar).Op basis van de uitgebreide handreiking van Ruggie heeft MVO Nederland een eenvoudige Stappenplan en een Checklist gemaakt. Bedrijven kunnen beide tools gebruiken om inzicht te krijgen en MVO-risico's in hun toeleveringsketen aan te pakken.

Laatst bijgewerkt: 
26-05-2016 16:37